Het had zomaar gekund

Met Linda aan de lijn, staart Pien naar buiten. Een vliegend stipje trekt een witte streep aan een azuurblauwe lucht.
‘De laatste tijd heb ik behoorlijk goede films gezien, den Skyldige, BlacKkKlansman, Dogman. Jij?’
‘Ik heb het druk gehad met visites, etentjes en feestjes,’ antwoordt Pien.
“Zo’n rustig type als jij?” vraagt Linda. ‘Is er iets gaande?’
‘Herinner jij je nog dat je in Eye een man ontmoette, eind van de zomer, toen ik niet meeging naar die horrorfilm? Roel heette hij, hij speelde cello.’
‘Ik geloof het wel.’
Pien peilt aandachtig Linda’s toon: houdt ze iets af? De witte vliegstreep aan de hemel is uitgewaaierd tot een wattenstaart.

‘Ik blijk hem ook te kennen,’ zegt Pien.
‘Dat noem ik pas toevallig. Wat is er met die vent?’
‘Ik ben verliefd op hem.’
‘Echt waar, Pien? Wat enig, wat een goed nieuws. Dat had je me nog niet verteld.’
‘Ik wilde je niet vermoeien met de zoveelste bevlieging,’ zegt Pien. ‘Maar dit is serieus.’
‘Wat heerlijk, rozengeur en maneschijn,’ zegt Linda. ‘Een heel nieuw begin.’
‘Drie maanden pas, nog maar heel kort. Roel is een lieverd, we hebben vreselijk veel gemeen, we praten over zowat alles.’
‘En de seks?’ vraagt Linda.
‘Onovertroffen.’

Pien loopt de keuken in, ze vult haar koffieapparaat, en zegt:
‘Ik wilde je iets vragen, maar dan moet je niet boos worden.’
‘In al die jaren dat ik je nu ken, Pien, ben ik ooit boos op jou geweest?’
‘Dat niet,’ zegt Pien. ‘Nou goed. Toen jij Roel had ontmoet, hè, toen zei je door de telefoon toch tegen me, dat je de hele avond met hem had gepraat?’ Piens handen worden klam.
‘Hooguit een uur.’
‘Een uur maar?’ vraagt Pien. ‘Je vertelde toen zo enthousiast. Ik dacht dat jullie samen waren doorgezakt. En ook dat er iets tussen jullie was gebeurd.’ Het is eruit. Pien ritst haar vest open, met moeite schut ze de gedachte van zich af aan Roel en Linda aan een bar, haar lach, zijn bruine ogen.
‘Dacht je soms dat ik …?’ vraagt Linda.
‘Je wist toen nog van niets,’ haast Pien zich te zeggen. ‘Het was nog amper aan.’
‘Ik doe niet meer aan andere mannen,’ zegt Linda. ‘Ik heb nu toch René?’

Pien strekt de vingers van haar rechterhand, buigt, strekt ze weer, ze schraapt haar keel.
‘René was er toch die avond niet? Die zou in een hotel slapen, zei je, voor zijn werk. Wees eerlijk, Lin, het had zomaar gekund.’
‘Er is echt niets gebeurd,’ zegt Linda. ‘Heb je het al aan Roel gevraagd?’
‘Nog niet.’ Pien zucht, de witte waaier in het blauw vervaagt.
‘Ik ga daar niet over liegen,’ antwoordt Linda, met nadruk op Ik. ‘Daar ken ik jou al veel te lang voor.’ Pien zegt:
‘Gelukkig maar. Daarom vraag ik het eerst aan jou.’

Dit bericht is geplaatst in liefde, thuis, uitje, vrienden. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.