Uit alle macht houdt ze de beelden weg

Stijf gearmd met Roel loopt Pien de straat in waar hij woont. Een oud-lid van haar koor, Jacqueline, zegt hem gedag. Hij groet terug.
‘Hai, Jacqueline,’ zegt Pien.
‘O,’ zegt de vrouw. ‘Dag Pien.’

‘Ik wist niet dat ze hier woonde,’ zegt Pien later tegen Roel.
‘Ik wist niet dat je haar kende,’ zegt Roel.
‘Ze zat ook op mijn koor, bij de mezzi. Best een goede stem, maar niemand was er rouwig om toen ze vertrok. Het mens had altijd aanmerkingen.’
‘Ja, ja.’
‘Maar van haar vent, dat gunde niemand haar.’ Pien wil er net het fijne van vertellen als Roel begint:
‘Ik zeg het maar meteen. Jacqueline en ik hebben een blauwe maandag met elkaar gescharreld. Zij weduwe, ik weduwnaar.’
‘Was je verliefd?’ vraagt Pien.
‘Een beetje. Ze vond me leuk en wilde iets met me. Ik voelde me gestreeld.’
Uit alle macht houdt Pien de beelden weg van Roel en Jacqueline in innige omhelzing.
‘Ze wilde al meteen bij me intrekken,’ zegt Roel. ‘Toen ik het uitmaakte, had ze er toentertijd veel moeite mee. Vijf jaar terug alweer.’
‘Voor mij gelukkig,’ zegt Pien. Ze strijkt over Roels krullend randje haar, over zijn oorlel.

Op de zaterdag voor kerst zingt het koor in het winkelcentrum in de buurt. De vrouwen dragen weelderige jurken, kroontjes met nepsneeuw.
‘Gut Pien, wat zien we er weer engelachtig uit,’ zegt een koormaatje.
‘Ik schaam me dood,’ zegt Pien. ‘En in de pauze ook nog kransjes delen…’
Terwijl ze voor de tweede keer hun ‘Engeltjes door het luchtruim’ zingen, ‘White Christmas, en Walking in the air’ ziet Pien haar geliefde tussen het publiek. Ze kijkt hem even in zijn ogen, concentreert zich vervolgens op haar zang. Opeens duikt Jacqueline naast Roel op. Het ex-koorlid praat, fluistert, vlakbij zijn lange, zachte oor.

Pauze. Roel stapt uit de toehoorders naar voren, en kust zijn Pien.
‘Je ziet er mooi uit, liefje.’
‘Dank je. Al is het wel een rotjurk,’ zegt Pien.
‘Jacqueline zei ook zoiets. Geen mooi toneelbeeld, vond ze,’ vertelt Roel. Pien verbijt zich.
‘Hoe ging het zingen?’ vraagt ze. Net op dat ogenblik komt Jacqueline bij hen staan.
‘De sopranen misten als vanouds veel hoge noten,’ antwoordt het ex-koorlid, Roels ex-geliefde. ‘De tekst was onverstaanbaar, en jullie sloegen verschrikkelijk op hol.’
‘Vond je?’ vraagt Pien.
‘Straks na de pauze kan je mooi herkansen,’ zegt Jacqueline. ‘Succes ermee, ik ga.’ Op haar bottines klikklakt ze de richting van de Hema op.

‘Waar haalt het mens het lef vandaan?’ vraagt Pien. ‘Je hebt haar hopelijk daarnet wel van repliek gediend.’
‘Ik heb het maar gelaten,’ antwoordt Roel. ‘Ze lult toch net zolang totdat ik toegeef.’
‘Een kransje?’ Pien slikt heftig.
‘Per stemgroep hoorde ze niet één geluid, zoals het hoort, maar enkel losse stemmen. Daar had ze wel gelijk in,’ zegt Roel.
Tranen prikken achter Piens ogen.
‘Ik kon jou duidelijk horen zingen,’ zegt hij. ‘Jij was verreweg de beste.’

Dit bericht is geplaatst in feest, koor, liefde, muziek, winkel. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.