Na de daad

Die ochtend stond ik vanaf zeven uur achter een heg in een hofje. In het zwart met hoodie over mijn kop. Daar wachtte ik hem op. Zodra hij om half acht zijn rijtjeshuis uitliep -met dakopbouw- herkende ik hem van de foto’s: tenger, golvend kort haar, diepliggende ogen. Midden op straat zwaaide hij achterom naar de kindjes op één hoog die tegen het raam tikten en kushandjes bliezen. Iemand sloot een gordijn achter hen en ze verdwenen.

Toen hij zijn autodeur opende, zijn aktentas naar binnen gooide en net zou instappen, liep ik naar voren, ontgrendelde mijn revolver, richtte en trok. Schot één doorboorde zijn linker schouder, zijn arm liet het autoportier los, hij draaide zijn hoofd naar me toe.
‘Wat doe je, man?’ riep hij. Opnieuw raakte ik. Wankelend trok hij zijn been bij. ‘Stop!’ Zijn ogen boorden zich in de mijne. Drie. Languit viel hij op straat. Bloed. Schot vier, vijf. Meer bloed, precies zoals mijn baas had gewild.

Acuut draaide ik me om, passeerde garages, de hoek om voor eendere woningen langs. Aan de overkant glipte ik tussen twee bungalows door een smal met gras omzoomd pad op naar de grens van de wijk. In de verte loeiden sirenes. Een motor stond startklaar om mij naar mijn safe house te rijden.

Safe maar oersaai, om al na een week knettergek te worden van mijn eigen gedachten. Dag en nacht stelde die nette meneer me zijn vraag, keer op keer, alsof hij een antwoord verwachtte. Steeds klonk zijn ‘stop!’ Elk moment zag ik dat verwrongen gezicht, zijn wijkende haargrens, zwaaiende hand. Na drie weken was het genoeg.

Eén bewaker was eten gaan halen, de andere ging poepen –wat altijd lang duurde-, ik jatte de motor. Op de grens van de wijk stapte ik af. In jack en spijkerbroek, ook mijn haar had ik net zo geknipt als het zijne.
Zo loopt het dus af, dacht ik lusteloos: ik ga het vertellen, dan komt er een eind aan. Alleen omdat ik dat wil, niemand anders. Ik vloekte binnensmonds.

Voor het dichtstbijzijnde politiebureau zou ik via het smalle pad door het gras naar het straatje toe moeten lopen met de bungalows aan één kant. Aan het eind ervan moest ik rechtsaf en drie straten verder naar links.

Op de stoep voor het eerste rijtjeshuis hield ik mijn pas in en dacht even na. Ik liep een hoek eerder naar rechts, wachtte niet tot het eind van de straat. Zo kwam ik er ook, wist ik, al was het dan met een omweg.
Waarvoor ging ik niet direct op mijn doel af? Wilde ik tijd rekken om mijn hart te kalmeren? Tijdens het lopen keek ik niet op of om. Een kille wind sneed door mijn jack en een gevoel drong zich op dat iemand iets in mijn oor siste.
Toen ik mijn hoofd ophief zag ik dat ik in dat hofje beland was en pal voor dat huis met die dakopbouw stond.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

6 Responses to Na de daad

  1. Angeline schreef:

    Mooi, je hebt je ingeleefd in de actualiteit.

  2. Margot schreef:

    Leuk, Angeline, dat je het erin leest. Heb mijn inspiratie ditmaal ontleend aan Misdaad en Sraf (Dostojevski).

  3. Stef(anie) de Wit schreef:

    Wat een indrukwekkend relaas, de mens achter de daad…
    Tot ziens op de redactievergadering, welkom alvast!

  4. Margot schreef:

    Dank Stefanie, zo bedoelde ik het inderdaad.

  5. Frank Kok schreef:

    Een mooi verhaal, Margot

  6. Margot schreef:

    Zoiets hoor ik altijd graag, Frank, leuk dat je het zegt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.