In alle stilte

Marcel leest zijn ochtendkrant, op zijn tablet . Zijn vrouw, Gerda, heeft de papieren versie voor zich. Ze vraagt:
‘Wat vind je van de column op de voorpagina?’
‘Nog niet gezien.’ Hij bladert terug.
‘Leuk.’ Hij leest verder over een praatclub van hoge bankiers. Op de achtergrond speelt Charlie Parker zachtjes April in Paris.
‘Nog thee?’
‘Huh?’ Ze herhaalt het.
‘Ja.’ Na een artikel over Corbyn, en een over een opvanghuis voor mannen, opnieuw een vraag.
‘Nee.’ Marcel verliest de draad van zijn verhaal, letters dansen voor zijn ogen. Wat zou hij graag in alle rust zich in zijn krant verdiepen, verzucht hij zwijgend.

Hij scheert zich, telefoneert, verzendt een mail. Om half twaalf drinken ze samen koffie. Gerda vertelt over een neef in een verpleeghuis, Marcel over de kosten van de zorg. Eergisteren nog stond er iets over in de krant. In zijn brein borrelt het idee op ongestoord een uurtje te gaan lezen.

‘Heb jij iets nodig van de Jumbo?’ vraagt hij Gerda na de lunch.
‘De tandpasta is bijna op.’ Hij trekt zijn jack aan, steekt zijn armen door de banden van zijn rugtas.
‘Ik ga ook even naar de bibliotheek,’ zegt hij.

In de serre van de OBA zitten in alle stilte heren aan een lange tafel achter hun krant. De een met dun wit haar, net als Marcel. De andere vlassig grijs, een derde draagt een krullend kransje rond zijn kale kruin. Marcel schuift een plastic beker thee uit een zilverbruin apparaat. Op zijn tenen loopt hij ermee naar een tafeltje aan het raam. Hij legt zijn rugzak en zijn bruine sjaal erop. Zijn oog valt op een dichtgevouwen dagblad naast een lezer aan de tafel.
‘Mag ik hem?’ vraagt hij zachtjes.
De man humt. Druppels spatten op de ruiten. Marcel leest over een Eritrese diplomaat, elektronisch vissen, Palestijnse vluchtelingen. Met een klap valt een bijlage tussen de pagina’s vandaan. Marcel hurkt, graait paperassen van de vloer, loert naar de heren. Niemand kijkt. Hij slikt, krabt op zijn kruin, en leest verder. Over lage inkomens overnames van bedrijven, en een Maya tempel.

In de stromende regen loopt een man langs Marcels raam. In zijn ene hand een boodschappentas. Met de andere houdt hij in plastic verpakte wc-rollen boven zijn blote hoofd. Grappig, vindt Marcel. Het is dat de grijsaard naast hem zo zachtjes ruisend zijn pagina’s omslaat. Anders had Marcel hem er graag op gewezen.

Meer dan een kuchje, geknisper en laag brommen van het koffieapparaat valt er niet te horen. Totdat twee meiden in halflange windjacks kwebbelend het zaaltje binnen lopen. Schrille, bonkige muziek dreunt uit hun koptelefoons. Hè lekker, denkt Marcel, een beetje leven in de brouwerij.

Dit bericht is geplaatst in huwelijk, thuis. Bookmark de permalink.

2 reacties op In alle stilte

  1. Jan Bontje schreef:

    Leuk verhaal, vlotte schrijfstijl.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.