Ik moet je wat vertellen

Marleen loopt door de Bijenkorf, het zijn daar Dolle Dagen. Het graaiende publiek zit zo te zien dringend verlegen om een dekbedovertrek, handdoeken en truien. Terwijl ze een veelkleurig kussensloop tegen het licht houdt, tikt iemand op haar schouder: Rick, zoon van haar jongste broer, Eric.
Rick was gezakt voor twee tentamens, vertelde Eric verleden week. De laatste die hij nog moest doen. Het verwonderde haar niets. Tegen haar praatte Rick altijd over sport en feestjes, nooit over zijn studie. Toch had Eric van zijn laatste spaarcenten duizend Euro op Ricks rekening gestort. Om zijn collegegeld mee te betalen.
‘Als die jongen nou maar afstudeert,’ zei hij. Marleen zweeg, ze had er een hard hoofd in, maar gunde het haar broertje graag.

‘Ha Marleen!’ Rick kust haar, wijst op het sloop in haar handen. ‘Ik vind een effen mooier.’
‘Ga je mee koffie drinken?’ vraagt ze. Nippend aan zijn cappuccino praat Rick over voetballen, en over zijn dispuut.
‘Zal ik je wat laten zien?’ vraagt hij. Op zijn mobiel scrollt hij door foto’s, wijst op een rode auto met een open dak, als naar een nieuwe vlam. ‘Duizend Euro,’ zegt hij. ‘Een prikkie.’ Erics spaarcenten, Marleens spieren spannen zich.

Had ze het niet gedacht? Haar neef besteedt zijn tijd aan uitstapjes, in plaats van binnen ijverig te blokken. Het zweet staat in haar handen, dat moest Eric eens weten.
‘Het is de hoogste tijd,’ zegt ze. Ze staat op, Rick vat haar schouders en vraagt zachtjes van dichtbij:
‘Niet aan pa vertellen hè?’ Hij kijkt haar heel lief aan. Voor ze er erg in heeft, flapt ze eruit:
‘Natuurlijk niet.’
‘Ik zeg het liever zelf,’ zegt hij.

Ze haast zich de winkel uit, de buitenlucht in, loopt in de richting van haar huis, en pakt uiteindelijk de tram. Ingesloten door drommen passagiers, krijgt ze amper lucht. ’s Avonds in bed ligt ze te piekeren: Als Rick zijn pa niet snel inlicht, moet ik hem dan verraden? Als ik erover zwijg, ben ik een stiekemerd in Erics ogen. Ze zet een raam open.
Waar ze ook wandelt, fietst of met het openbaar vervoer heengaat, het wemelt van de rode auto’s. Zelfs als ze in het zwembad naar de blikkerende golfjes kijkt, meent ze er een te zien. Het zijn maar rode neonletters die weerkaatsen -een reclame.

Twee weken later belt Eric, haar hart bonst, ze voelt een opvlieger aankomen. Hij zegt niets over Rick, zij informeert niet naar hem, zoals ze anders wel zou doen. Ze hoopt dat het niet opvalt.
‘Ik heb nog veel te doen,’ zegt ze en houdt het kort. Haar maag trekt pijnlijk samen.

Na een half doorwaakte nacht, nog weer drie weken later, belt ze’ s ochtends vroeg haar neef.
‘Heb je het Eric al verteld?‘ vraagt ze.
‘Natuurlijk,’ antwoordt hij met slaperige stem. Voordat Marleen naar Erics oordeel vragen kan, vernietigend natuurlijk, zegt Rick. ‘Ik ben gisteren geslaagd. Jij komt toch ook wel op mijn feest?’

Dit bericht is geplaatst in familie, feest, school. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.