Ik kan je nauwelijks meer verstaan

Op maandagavond draagt Gerda voor haar dichtersgroep zelf gecomponeerde poëzie voor over vrienden, hun eigenaardigheden en respect. Na de laatste strofe kijkt ze benieuwd de kring rond.
‘Mooi,’ zegt er een, een ander:
‘Origineel.’
‘Een helder thema,’ zegt ene Addie, voormalig docent geschiedenis.
Gerda glimlacht.
‘Alleen het metrum overtuigt niet en er lopen te veel invalshoeken door elkaar,’ zegt de oud-lerares.
Gerda perst haar lippen op elkaar. Haar vriendin Elly legt haar hand op Gerda’s arm en sist:
‘Wat is dat mens weer streng!’
‘Vreselijk,’ fluistert Gerda.

Op zaterdag reist ze met dezelfde Addie per metro naar Amsterdam Zuid-Oost. Naar een open podium, waar ze hun gedichten mogen lezen. Voor de gelegenheid heeft Gerda haar lippen gestift, haar witte haar bol geföhnd, Addie draagt een rood bloezend jackje. Een eindje voor hen in het metrostel zit een groepje pubers, ruime broeken, sportschoenen en grijze sweatshirts met capuchons over hun hoofd. Zodra ze het Amstelstation uitrijden zet een van hen – zijn rug naar Gerda toe- zijn smartphone op de speakers. Zijn maten rappen met zijn knallende muziek mee.
‘Wat een lawaai,’ zegt Gerda. ‘Ik kan je nauwelijks meer verstaan.’
‘Alsof wij lucht zijn en zij de enigen in de coupé,’ fluistert haar reisgenote. ‘Ik kan er niet goed tegen.’
‘Zullen we uitstappen?’ vraagt Gerda vlak naast Addies oor. ‘Dan nemen we een volgende metro.’

Haar mededichteres lijkt het niet te horen. Ze staat op, loopt naar voren toe -waar de herrie vandaan komt-, stopt achter de jongen met de speaker en buigt zich naar zijn oor. De jongere wijkt achteruit, kijkt strak naar haar omhoog terwijl ze praat en zegt iets terug. Zijn maten rappen door. Addie knikt en steekt haar duim op. Geeft ze dat sujet een pluim? Wanneer ze terugloopt naar haar plaats, klinkt de stampmuziek een heel stuk zachter.
‘Hé man wat doe je? Heeft dat wijf je dat gezegd?’ vraagt luid een van zijn matties.
‘Welnee.’ Met rechte rug pal naar de beide vrouwen toe, deint de jongen van de speakers met zijn maten mee.

Eenmaal thuis vertelt Gerda over het voorval.
‘Mijn petje af,’ zegt haar man. ‘Die Addie durft te zeggen wat ze vindt en wil.’

De maandagavond erna is Gerda’s dichtersgroep opnieuw bijeen. Haar vriendin Elly leest een kakelvers gedicht voor waar Gerda geen touw aan vast kan knopen.
‘Mooi,’ zegt een groepslid. Een ander:
‘Leuk.’ Gerda houdt haar mening voor zich.
‘Helder woordgebruik,’ zegt Addie. ‘Wel een lastig rijmschema, strofen van dezelfde lengte liggen makkelijker in het gehoor.’ Elly buigt haar hoofd.
Terwijl een volgende dichtkunstenaar zijn eerste couplet opleest, fluistert Elly in Gerda’s oor:
‘Wat vond jij van mijn schema?’
‘Ach,’ mompelt Gerda.
‘En mijn strofen dan?’ sist Elly.
‘Nou ja,’ fluistert Gerda.
‘Die Addie is zo streng,’ zegt haar vriendin.
‘Vind je?’

Dit bericht is geplaatst in kunst, openbaar vervoer, reizen, uitje, voorlezen, vrienden. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.