Ik heb hem meteen maar gewassen

Zondag, Eric is jarig. Tegen twaalven loopt zijn zoon Richard binnen. Passende spijkerbroek, overhemd. Niet die verwassen troep uit zijn studiejaren, constateert Eric in stilte. Zijn zoon deed lang over zijn master, maar nu werkt hij dan toch bij een bank. Zoals Eric steeds gehoopt had.
‘Gefeliciteerd, pap. Zesenzestig al!’ Zijn zoon geeft hem een plat rond pak: een cijferloze klok met opschrift Who Cares; I’m Retired.
‘Leuk, man.’ Eric kust zijn zoon.

Aan de lunch vraagt hij: ‘Heb ik bij jou een huishoudtrapje laten staan toen ik met je lampen heb geholpen? Dat ding is van tante Marleen, ze vraagt er telkens om.’
‘Dat had je toen niet bij je, pa, ik heb er zelf toch een.’
‘Ik kan het nergens vinden. Straks verwijt ze me van alles, je weet hoe ze is.’
Richard haalt zijn schouders op, en vraagt:
‘Kan ik straks even je auto lenen?

Rond vijf uur belt Richard aan, en geeft hem zijn autosleutels terug.
‘Ik heb je bolide meteen maar gewassen. Dat had hij wel eens nodig.’
‘Bedankt! Het bedrijfsleven heeft een goede invloed op je.’

De volgende dag, maandag, ziet Eric een deuk in zijn autoportier zitten. Onmiddellijk belt hij zijn zoon:
‘Waarom heb je me dat gisteren niet gezegd?’
‘Ik had het niet gezien.’
‘Wat een pech,’ zegt Eric. ‘Nou ja, overmacht.’

Op zaterdag gaat Eric met zijn zoon naar een jazzconcert. Met de big band nagalmend in zijn oren, zit hij met hem in een druk café naast de concertzaal van het Bimhuis. Bij zijn derde biertje zegt zijn zoon ietwat bedrukt:
‘Pa, het was flauw van me, sorry, maar ik wist het van die deuk.’
‘Dacht ik het niet,’ zegt Eric. ‘Behoorlijk stom van je, die leen ik je voorlopig niet meer uit.’ Zijn hart klopt veel te snel. ‘Onverantwoordelijk.’ Zijn zoon zit met gebogen hoofd, Erics woordenvloed betijt, hij nipt van zijn pils, veegt schuim van zijn lippen en gaat plassen.

De zondag erna belt Erics zus Marleen aan, voor een verlaat verjaarsbezoek. Meteen begint Eric over zijn zoon, dat hij zijn auto had geleend en het portier beschadigd was.
‘Het stoort me dat hij loog, zo heb ik hem niet opgevoed.’
‘Behalve dan dat jij iemand altijd meteen verwijten maakt. Ik zou er ook niet makkelijk voor uitkomen,’ zegt zijn zus.
Eric zwijgt, Marleen ook altijd met haar harde woorden. Hij haalt maar eens taart uit zijn koelkast, ze praten over werk en zijn recente pensionering. Tot zijn opluchting komt Marleen trapje niet ter sprake.
‘Ik ga weer eens.’ Zijn zus trekt haar jack aan, groen met geel. Met de deurknop in haar hand zegt ze:
‘Ik ben met de auto, ik neem meteen die trap mee die ik je geleend heb.’
‘Een trap?’ Naarstig speurt Eric naar woorden. ‘Daar staat me niets van bij,’ zegt hij.

Dit bericht is geplaatst in familie, reizen, thuis, verjaardag. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.