Hoe vaak ik toegeef aan iemands hongerende ogen

‘Als een verkoopster in een modezaak me een broek voorhoudt, een rok, sjaaltje erbij, ben ik verloren,’ zegt Linda. “Zo’n mens kijkt zo gelukzalig, als ik wat koop. Ik doe het voor die blik. Jammer genoeg blijken thuis nogal wat van die kleren alleen geschikt voor een gelegenheid die zich niet voordoet. Mijn kast hangt er vol mee.”
‘Deine Sorgen möchte ich haben,’ zegt Eveline.
‘Pardon?’
‘Als dat alles is waar je last van hebt.’
‘Alles? Met mannen gaat het bij mij net zo,’ zegt Linda. ‘Ik ben evengoed verloren als een vent me hunkerend aankijkt. Je wil niet weten hoe vaak ik toegeef aan iemands hongerende ogen.’
‘Niets om je voor te schamen.’
‘Behalve dat ik veel te vaak verkering heb met types die me achteraf niet liggen.’
‘Gelukkig heb je nu René,’ zegt Eveline. ‘De beste remedie tegen smachtende blikken.’
‘Zo is het,’ zegt Linda. ‘Ik ga nergens zonder hem naartoe.’

Sinds kort moet Linda rondkomen van gitaarles, haar kantoorbaan heeft ze opgezegd. Een vetpot is het niet. Bij het passeren van modezaken, loopt ze snel door, uit vrees voor lonkende verkoopsters.
‘Hoe doe jij dat?’ vraagt ze Eveline. ‘Voelt jij je nooit bezwaard?’
‘Ik heb wat standaard zinnen bij de hand,’ zegt haar vriendin. “Zoals: Ik denk nog even na, ik kom een andere keer terug.’ Of heel gewoon: ‘Tot ziens.’ En ik kijk nooit in de ogen van die vrouwen. Zo kan je ongestoord een winkel in en uit.”

Linda waagt het erop, stapt een modezaakje in, en past een jurk. In de spiegel ziet ze dat het model haar niet flatteert, de kleur al evenmin.
‘Heel leuk,’ zegt de verkoopster. ‘U heeft een mooi figuur.’
De jurk kriebelt, Linda wil hem niet, de hitte bekruipt haar konen. Met afgewende blik zegt ze:
‘Tot ziens.’ Over de drempel haalt ze vrijuit adem, en fietst neuriënd naar huis.

Haar vriend René is enkele dagen in retraite met collega’s. Linda wil ‘s avonds naar een thriller, waar haar vaste filmmaat niets voor voelt. Dan gaat Linda maar alleen.
Na afloop in het filmcafé raakt ze in gesprek met een vent die leuk vertellen kan, Roel. In het begin maakt ze soms oogcontact, hij kijkt heel lief. Tijdens haar plaspauze schemert René’s gezicht haar voor ogen, liefdevol lacht hij haar toe. Ze weet meteen wat haar terug in het café te doen staat: Ik pak mijn jas, ik kijk die leuke Roel niet aan, ik zeg tot ziens, en ik vertrek.

Als ze schoorvoetend terugloopt, ziet ze onverwacht Roel met zijn jack aan, pet op, naast de bar staan.
‘Hé, ga je al?’ vraagt Linda.
‘Het was gezellig, maar ik moet naar huis,’ zegt hij. Over haar schouder kijkt Roel langs haar in de verte.
‘Tot ziens,’ zegt hij, en loopt de deur uit.

Dit bericht is geplaatst in liefde, vrienden, winkel. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.