Haar kant van het bed is leeg

Bijna dagelijks trekt Adri zich terug in de schuur achter zijn huis. Noorderlicht valt door het raam, het ruikt vertrouwd naar verf en terpentine. Met een penseel trekt hij vandaag eivormige contouren op zijn doek, van twee gedaantes die al wekenlang in zijn gedachten wonen. Hij mengt, verdunt, en kwast, laat de verf drogen.

‘s Avonds hebben ze eters. Zijn vrouw Riny heeft gekookt, vis op de huid. De zilveren onderkant vindt Adri veel te taai. Tegen zijn tafeldame zegt hij:
‘Vis bakken is Riny’s sterkste kant nu eenmaal niet.’
‘Zingen wel,’ zegt ze.
‘Wat heet,’ zegt hij. ‘Er zijn er in haar koor heel wat die beter zingen.’ Dan hoort hij Riny iets vertellen over hun vakantie.

‘We liepen over het Forum Romanum,’ zegt ze. Wat volgens hem de Via Appia zou moeten zijn.
‘Daar zijn we helemaal niet in gegaan,’ zegt hij. ‘We liepen er alleen maar langs.’ Voor alle zekerheid neemt hij het onderwerp maar van haar over.

De gasten zijn vertrokken. Riny ruimt de afwasmachine in, Adri bekijkt zijn email. Als hij in bed stapt, is haar kant leeg: geen kussen, en geen dekbed.
‘Riny?’ roept hij. Ze ligt in de logeerkamer. ‘Wat is er nou weer?’
‘In gezelschap haal jij me altijd neer,’ antwoordt ze. ‘En je doet heel onaardig.’

De dag erna, ietwat gestrest, penseelt hij een nieuw laagje op zijn doek. Af en toe zet hij een stap naar achteren: Is het geworden zoals hij het bedoelde? De vormen vragen om een toefje roze hier, een groen oog daar, een mond. Meestal roept hij ten slotte Riny, en vraagt: Wat vind jij ervan? Zijn hart wordt warm als zij dan ‘mooi’ zegt. Nu waagt hij het er maar niet op.

Die week brengt Adri in zijn atelier schepen en huizen op een kade van een foto over op zijn doek. Hij mengt zijn olieverven zo dat hij de lichtval op de golfjes vangen kan. Na dagen is het af, op een paar streken na. Gezicht op het IJ noemt hij het.

‘s Avonds heeft Riny kooruitvoering. Op het toneel solisten, groepjes, of het hele koor. Volgens Adri zakt hun toon, hij ergert zich aan ongelijke pasjes en beverige stemmen. Op het laatst zingen ze voluit, met z’n allen. Dat vindt hij mooi. Na afloop drinken Riny en hij wat, ze vraagt:

‘Wat vond jij er nou van?’ Met de deinende massa in gedachten, die eensluidend a capella zong, antwoordt Adri rozig van de slaap en van de wijntjes:
‘Heel leuk.’

De volgende dag vraagt hij met een gerust hart Riny om haar mening. In zijn atelier bestudeert ze zijn Gezicht op het IJ minutenlang, en zegt:
‘Dat vind ik niet je beste doek.’ Die nacht kiest Adri het logeerbed.

Dit bericht is geplaatst in huwelijk, museum, thuis, vrienden. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.