Genoeg onder de mensen

Tot Henks genoegen komt zijn zoon, Pim, met zijn gezin een stukje dichter bij hem wonen. Zodra de nieuwe flat is opgeleverd, gaat Henk hen helpen. Terwijl Pim naar de Gamma is, staat Henk in het lege huis een kamer te behangen. Uit een speaker op een verweerde tuinstoel klinkt zachtjes radio drie, op zijn behangtafel staat zijn koffie koud te worden. Door het raam naast hem kijkt Henk een straat in. Een auto stopt voor een zebrapad, een fietser nadert, verdiept in zijn mobiel. Het scheelde weinig of hij reed de vrouw die oversteekt omver.

Aandachtig snijdt Henk het behang op maat. Als bij een baan zijn mes uitschiet, denkt hij: op de muur ziet niemand dat. Hij tikt een spijker in de muur, hangt er een schietlood aan, smeert twee banen in, hangt ze pal tegen elkaar. Hij controleert nog even met het lood. Goed zo, denkt hij, de volgende. Hij snijdt, smeert, hangt weer af, plakt, en zet een stap naar achteren. ‘Schiet aardig op,’ hoort hij zichzelf zeggen als Pim opeens weer naast hem staat.

‘Pa, je praat hardop in jezelf.’ Ook thuis betrapt Henk zichzelf er wel eens op. Dan hoort hij een nagalm van zichzelf die ‘verdomme’ zegt, ‘dacht ik het niet’ of ‘goed zo.’ Hij negeert het maar. ‘Pas maar op dat je geen zonderling wordt,’ zegt Pim. ‘Kom je wel genoeg onder de mensen?’ Henk is er niet gerust op, al haalt hij voor de vorm zijn schouders op, en zegt hij:
‘Ik klaverjas toch?’ Ook groet hij alle buren, en zij hem. ‘En zaterdags borrel ik met Lou.’
‘Ga eens buitenshuis ontbijten,’ zegt Pim. ‘Dan zie je weer eens iemand anders. En hoef je ook je ochtendboterham niet in je uppie weg te kauwen.’ Henk voelt er wel wat voor. Het lijkt hem wel gezond om zijn ochtendkrant tussen de anderen te lezen.

Gedoucht, gepoetst, en in zijn goeie goed fietst Henk ’s maandags naar een cafeetje in het centrum, kort na achten, het is al licht. Voor en naast hem bedienen medefietsers hun mobiel met één hand aan het stuur. Bij het ontbijtcafé zet Henk zijn fiets op slot, en loopt een jonge vrouw hem tegemoet, hevig gebarend. Even denkt hij dat ze iets van hem wil, tot hij de witte dopjes in haar oren ziet en het draadje naar de smartphone in haar hand.

Een jonge krullenbol met een zwart voorschoot om, dient Henks ontbijt op, met koffie en verse jus d’orange. Henk tikt tegen zijn ei, hapt zijn croissantje, leest, hij kijkt eens naar de gasten. Ze staren naar hun schermpjes, gaan in hun mobielgesprekken op, terwijl ze langs hem heen het eetcafé in kijken. Henk slikt, dan is ie liever maar een zonderling.

Dit bericht is geplaatst in familie, thuis, vrienden. Bookmark de permalink.

2 reacties op Genoeg onder de mensen

  1. Michiel Nooren schreef:

    Ik zou het zo op kunnen nemen in mijn roman “Te grijs”. Het zijn typisch “van die dingen” die je overkomen als oudere die aansluiting zoekt bij de wereld van nu. Henk heeft een eerste stap uit de oude routine gezet en zijn eerdere situatie is voorgoed veranderd, het is een keuze geworden om zonderling te zijn. Actie zal volgen. Pim’s advies was goed. Henk zat alleen, maar de krullenbol bracht toch een smakelijk ontbijtje. Ik ben hoopvol gestemd qua Henk.

  2. margottaal schreef:

    Goed om te horen, Michiel. Henk moet nog maar eens vaker van zich laten horen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.