Geen stap van elkaar vandaan

Roels moeder woont sinds kort in een tehuis. Tijdens het koffie-uurtje treft Roel haar in de conversatiezaal. De meeste oudjes, ook zijn moeder, zitten in hun eentje, zonder conversatie. Enkel aan een tafel rechts klinkt soms wat gebabbel. Daar zit een groepje van vijf stijf gepermanente besjes, een lange, magere vrouw in het midden.

‘Moest jij niet bij hen zitten?’ vraagt Roel, wanneer hij met zijn moeder schuifelend aan zijn arm de zaal uitloopt.
‘Dat willen ze niet,’ antwoordt ze. ‘Ze leggen tassen op de stoelen, en zetten hun rollator zo dat niemand er meer langs kan. Die lange wil dat. Ze heet, geloof ik, Boerhout, net als mijn juffrouw van de eerste klas.’
‘Wat vervelend, mam.’ Roel slaat zijn arm om zijn moeders schouders, en trekt haar tegen zich aan. ‘Sommige oudjes krijgen kleuterneigingen. Je moet ze gewoon negeren.’
‘Dat doe ik maar niet. Ik wens de dames elke ochtend goedemorgen.’
‘Wat zeggen ze dan?’ vraagt Roel.
‘Niets.’
‘Ze schamen zich natuurlijk,’ zegt hij.
‘Denk je?’

‘Kom, we gaan een ommetje maken,’ zegt Roel, en helpt zijn moeder in haar jas. Buiten loopt hij met haar de hoek om, langs de waterkant, met riet en bomen waar bruingeel blad af dwarrelt. ‘Mam, kijk uit voor de eendenpoep, of wat is het, misschien van die ganzen.’ Er waggelt een heel groepje een eindje voor hen uit.
‘Het zal wel een familie zijn,’ zegt Roel. ‘Pa, ma en jongen.’ Wanneer ze dichterbij komen, vluchten de vogels snel de berm in.
‘Bange schijterds zijn het,’ zegt zijn moeder. ‘Ze durven geen stap van elkaar vandaan.’
‘Net als de dames bij de koffie,’ zegt Roel. Zijn moeder lacht.

Onderweg naar huis belt Roels broer op.
‘Hoe was het met mama?’
‘Ik maak me zorgen,’ zegt Roel. ‘Een paar oude wijven in dat huis sluiten haar uit. Ze houden de stoelen om hen heen bezet. Tegen zulke kleuters heeft ma geen verweer.’

Week in week uit maakt Roel hetzelfde ommetje met zijn bejaarde moeder, meestal na de koffie. Een enkele keer, als hij een afspraak elders heeft, ervoor. Dan brengt hij haar vervolgens naar de zaal. Daar zegt zijn moeder steevast tegen de vijf vrouwtjes:
‘Goedemorgen, lekker geslapen?’ Haar toon als altijd vriendelijk.
Het kluitje vrouwen zegt geen boe of bah, en kijkt eendrachtig langs haar heen.

Op een ochtend zit aanvoerster Boerhout er niet bij. Roels moeder groet de anderen.
Een lid van het kransje vraagt:
‘Wilt u soms bij ons zitten?’
‘Heel aardig van u.’ Roel helpt zijn moeder naar de tafel.

Weken later leest hij bij de receptie een overlijdensbericht: Mevrouw Boerhout. Die ochtend zit zijn moeder alweer tussen de gepermanente bessen. Zodra ze Roel ziet, pakt ze haar tas van de stoel naast haar, en geeft een klapje op de lege zitting.
‘Ik heb hem voor jou bezet gehouden,’ zegt ze. ‘Schuif mijn rollator maar opzij, die staat een beetje in de weg.’

Dit bericht is geplaatst in familie, wandelen. Bookmark de permalink.

2 reacties op Geen stap van elkaar vandaan

  1. Mies Huibers schreef:

    Zo kan het gaan. Mijn schoonmoeder zit ook in een tehuis. Ik weet hoe het soms is. Mooi stukje.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.