Drie dagen praatte hij niet met me

Pien loopt door een glazen klapdeur de grote hal in van stadsdeelkantoor Zuid. Een forse man in leigrijs pak stapt op haar af, of hij haar helpen kan.
‘Ik kom mijn paspoort afhalen.’
Hij wijst haar op een automaat waaruit ze een papiertje trekt met nummer T465. Ze zit er nog maar net mee in haar hand of ook haar vriendin Riny – in een fel oranje broek- loopt naarbinnen. Ze wisselen drie zoenen. Pien wijst naast haar op de groenleren bank, Riny gaat zitten.

Ze vraagt:
‘Hoe is het met je Roel? Nog steeds rozengeur en maneschijn of heeft het uur der waarheid al geslagen?’
‘Rozen,’ antwoordt Pien. ‘Al hadden we pas bijna even mot. Hij was vergeten dat we al een jaar verkering hadden.’
‘Mot?’
‘Zoiets vergeet je toch niet bij de eerste keer! De zesde of de achtste zou nog gaan.’
‘O ja? En jij dan?’ vraagt Riny. ‘Jij was het die vergat om ons vriendinnenfeestje af te zeggen. Hoe blij dacht je dat we waren? En wie kwam er niet op een receptie van Roels vriend? Mevrouw Pien, helemaal vergeten, je hebt het me nog zelf verteld. Arme Roel.’

Op het verlichte bord boven de balie verschijnt Piens nummer.
‘Ik zie je zo,’ zegt ze. Ook haar vriendin is aan de beurt. Even later loopt Pien met een nieuw paspoort en wat oude gêne weer naar de groene bank terug waar Riny alweer zit.
‘Wil je koffie?’ vraagt Riny.
Ze lopen het kantoor uit, de hoek om naar een restaurantje van de horecavakschool vlakbij. Een jonge jongen in een wit katoenen jasje zet kopjes voor hen neer. Ze vatten hun gesprek weer op.

‘Je hebt gelijk,’ zegt Pien. ‘Nogmaals excuses. En achteraf vond ik het ook stom dat ik zo bot deed tegen Roel. Als ik dat had gedaan tegen mijn ex, praatte die minstens drie dagen niet met me.’
‘Dat van je ex weet ik nog goed, al is het nu een eeuwigheid geleden,’ zegt Riny. ‘Die man hield gewoon niet van je, die zocht een engel zonder fouten.’
‘Roel trok zich er niets van aan dat ik kortaf tegen hem deed.’
‘Wat ben je toch een bofkont met die man,’ zegt Riny. ‘Die zoekt niet naar een ideaal. Wees jij maar zuinig op hem.’
‘Dat ben ik ook,’ zegt Pien.

‘Zo muzikaal, behulpzaam, optimistisch,’ zegt Riny. Pien fronst van opzij.
‘Optimistisch? Zo zou ik hem niet noemen,’ zegt ze. ‘Gottogot wat wentelt Roel zich graag in somberheid en kwel.’
‘Daar zou ik nou helemaal niet tegen kunnen.’
‘Mij maakt het weinig uit,’ zegt Pien. ‘Ik negeer het maar een beetje.’
‘Meen je dat nou, Pien? Dat vind ik niets voor jou.’
‘Hoezo?’
‘Nou ja niets, dat is veel gezegd. Het klinkt een beetje als een echtpaar, zo zonder voorwaarden. Hoe zal ik het zeggen, alsof je van hem houdt.’ Piens hart verwarmt, ze kijkt haar vriendin aan:
‘Zou je denken?’ vraagt ze.

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.