De kant op van de Kalverstraat

Misschien had niemand door hoe eerlijk ik het meende als ik me heilig voornam nooit meer te gaan shoppen in de Kalverstraat. Geen cent zou ik er nog besteden, geen sou meer voor het voortbestaan van winkels. Als ik besloot de straat te mijden, was het trouwens niet om de winkeliers, maar louter voor mezelf –mijn overvolle huis, mijn lege beurs. En om mezelf te tonen dat ik goed zonder eeuwig shoppen kon.

Soms riep mijn garderobe een paar dagen lang geen nieuwe kriebels op. Of dacht ik van tevoren dat ik spijt zou krijgen van een nieuwe koop. En zei ik tegen een collega: de komende tijd heb ik het zo druk, ik heb niet eens tijd om de Kalverstraat te doen. Ik werkte om de hoek en elke lunchpauze liep ik te winkelen.

Ook was er wel eens een verbouwing, waardoor een winkel weken dicht zou gaan. Ook zo’n geval greep ik dan dapper aan om mijn geliefde straat te mijden, tot die zaak weer open ging. Geen enkele andere shop heeft iets van mijn gading, hield ik me dan voor. Ook dan viel het me tijdelijk lichter niet aan mijn kooplust toe te geven.

Zo gaat dat met een dierbaar voorwerp ook. Bij een mooi schilderij bijvoorbeeld, vroeg ik me wel eens af of ik het missen zou als ik het niet meer had. Om het te testen zette ik hem een poosje in een kast. Intussen bleef hij prachtig en bleef ik de bezitter en wisten mensen dat. Vanwege het tijdelijk karakter van mijn test bleven die associaties allemaal intact. Daardoor kreeg ik de kans niet het werkelijk te missen. Je weet pas of je zonder kunt als je het opgeeft, er compleet afstand van doet. Dat gold ook voor mijn eeuwig shoppen. Ook daar kleefden associaties aan – jaloerse blikken, altijd iets nieuws in mijn kast, dankbare winkeliers. Opschorten was tot daaraantoe, maar opgeven was van een  andere orde.

Uitgerekend als ik mezelf een tijdelijk verbod had opgelegd, las ik over een uitverkoop of dat één winkel korting gaf. Waarom net dan? De moed zonk me onmiddellijk in de schoenen. Zelfs wanneer mijn collega ‘dan maar niet’ gemompeld had toen ik vertelde van die drukte, moest ik opeens weer heel erg nodig shoppen.

Bij de minste tegenslag of lichamelijk ongemak, keerde onmiddellijk het idee terug om de Kalverstraat weer af te struinen. Als een gespannen elastiek dat losgelaten wordt. Het idee was onweerstaanbaar. Zozeer dat zelfs de weken dat ik niet was wezen shoppen me minder zwaar gevallen waren dan de tien minuten die me restten tot mijn lunchpauze. Waarin ik mijn Kalverstraat weer zou zien. Die tien minuten bracht ik door in smachtende vervoering met duizendmaal opnieuw het glanzende vooruitzicht met nieuwe buit de winkels in en uit te mogen lopen.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Responses to De kant op van de Kalverstraat

  1. Frank Kok schreef:

    Leuk verhaal, maar ik ken jou niet als zo’n shopper, maar de hoofdpersoon ben jij natuurlijk niet.

  2. Margot schreef:

    Dank! Nee, inderdaad, geen shopper en al evenmin een killer zoals de ik in het vorige stukje.

Reageren? Ja graag hieronder!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.