Verhuizen

biljartverhuizen2016Ramses is zeventig, sinds vijf jaar weduwnaar, traplopen begint hem zwaar te vallen. Hij zou wel vanuit Amsterdam terug willen naar Drenthe, zijn geboortegrond, naar een benedenwoning. Zijn jongste zus, een vieve weduwe, woont er ook. Een week geleden belt ze op: ‘De buren naast me gaan verhuizen, begane grond, een schijntje huur!’ Ramses’ hart wordt warm, zon schijnt over de Drentse heide, geknipt voor mij, denkt hij. ‘Morgen beslissen,’ zegt ze, ‘er zijn kapers op de kust.’ Ramses wikt en weegt een dagje, belt ’s ochtends de huisbaas op. ‘s Middags loopt hij zijn stamkroeg in, het kriebelt ongemakkelijk in zijn maag. ‘Ha Ramses,’ zegt de barman, ‘hetzelfde?’ Ramses knikt gespannen, zijn vriend André loopt binnen. Zonder veel omhaal krijten ze hun keus en stoten hun caramboles. Tussen twee potjes biljarten in bestellen ze hun Chouffe, dan flapt Ramses het eruit: ‘Ik ga verhuizen, naar Drenthe.’ André kijkt hem met grote ogen aan en snibt: ‘Naar zo’n godverlaten oord? Je kwijnt daar weg, neem toch een traplift in je huis.’ In Ramses welt een snierend ‘meneer weet het weer beter!’ op. Een brok steekt in zijn keel. ‘André, ik zal je missen,’ had hij willen zeggen, maar het lukt niet. Zwijgend biljart hij verder. ’s Nachts zwoegt hij in zijn dromen door stoffige bossen langs kolossale hunebedden. Onder grauwe wolken is het onheilspellend stil.