Wachten

IMG_biertjeHansTe vroeg voor de film lees ik zolang een dagblad in een belendend café. Een vijftiger met veel grijs tussen donkere krullen gaat schuin tegenover me zitten. Hij wenkt een jongeman met lang voorschoot. ‘Een bier alvast,’ zegt hij luid, ‘mijn zoon komt er zo aan.’ Ik loer zijn richting op. Te oordelen naar zijn stralend gelaat is hij langdurig zeker van diens komst. Tussen de krantenkolommen door zie ik zijn glimlach traag bevriezen. De trotse vader wendt de blik steeds vaker naar de buitendeur. Telkens stappen daar andermans zonen door naar binnen. De triomf verdwijnt uit zijn gezicht, zijn ogen dwalen rond: wacht zijn jongen misschien aan de bar of ergens in een hoek? Mondhoeken zakken, zijn blik vindt houvast aan het halfvolle glas voor zich. Het wereldnieuws boeit me niet meer.De man wurmt een mobiel vanbinnen uit zijn colbert. Hij typt, zet hem tegen het oor, kijkt op zijn horloge, spreekt tot het apparaat. Vervolgens ligt het langdurig werkloos op tafel, naast zijn glas met een bodempje geel nat. Een ringtone klinkt, overbuurman neemt op. Hij klinkt geërgerd, maar zijn toon verandert en opnieuw verschijnt zijn lach. Zijn geheven hand gebaart: ‘betalen.’ Wanneer de ober naast hem staat, zegt hij: ‘mijn zoon zit te wachten.’ Dan mompelt hij een vraag. De jeugdige bediende antwoordt ferm: ‘Dat is aan de overkant.’

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.