Afhankelijk

Een goede vriend is jarig, zestig geworden. Alle gasten zijn binnen, de cadeautjes uitgepakt en opgestapeld. In zijn ruime doorzonkamer wordt druk gebabbeld, gesjoeld, gedronken en gesnackt. In de zithoek raken een bevriende buurvrouw van ongeveer zijn leeftijd, hij en ik gedrieën aan de praat. Zijn bejaarde moeder, vertelt hij, sukkelt soms in slaap middenin een visite. Hij vreest dat haar dat ook tijdens het autorijden overkomt. Tevergeefs heeft hij gevraagd haar voertuig van de hand te doen: ze weigerde met klem. Dat ze bij het lopen een stok nodig had, alla, maar zonder auto verloor zij haar zelfstandigheid definitief. De buurvrouw knikt, zij heeft net zulke problemen met haar ouders, zegt ze. Haar vader had pas na een botsing zijn auto weggedaan. ‘Mijn tante moest eerst vallen voor ze een rollator aanschafte,’ zeg ik. Met muziek en gejuich op de achtergrond filosoferen we over hulpmiddelen en afhankelijkheid. Als het zover is, verzekeren we elkaar, gaan wij daar niet moeilijk over doen. De jarige excuseert zich, hij gaat langs zijn visite een ronde doen met wijn en borrelhapjes. De buurvrouw schuift dichterbij: ‘mijn gehoor holt achteruit, ik versta nog niet de helft met al dat achtergrondlawaai.’ Aarzelend zegt ze: ‘Ik zal aan een hoorapparaat moeten geloven.’ Ik vraag wat haar tegenhoudt. Zij: ‘Daar vind ik mezelf nog veel te jong voor.’

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.