Ben je hier met je man?

Marcel is een weekend alleen thuis. Gisterenavond is hij met een vriend naar de film geweest, Dogman. Ze hebben er lang over nagepraat. Vanochtend stoft hij lampenkappen af, zoals hij zijn vrouw heeft beloofd. Hij draait een was, hangt hem te drogen. Dan is het welletjes en gaat hij in zijn oorstoel zitten.

Hij leest over ene Verna, die per cruiseschip met een gezelschap naar de noordpool gaat. In gedachten reist hij met haar mee. Bij de kennismakingsborrel, ziet Verna op de naamplaatjes een Ken, een Fred, drie Bobs. Naar Verna’s borsten kijkend, zegt een van hen:
‘Zo, je heet Verna.’
‘En jij bent Bob?’ leest ze.
‘Bob Goram.’

Opeens herkent ze hem van vijftig jaar geleden. Een gevierde jongen, die haar toentertijd bruut had verkracht. Ze raakte zwanger, bij de nonnen in een internaat beviel ze van een baby die ze onmiddellijk moest afstaan. Haar toekomst zag er aardedonker uit. En nu? Zou Bob haar niet herkennen? Ze verslikt zich, hij klopt haar op haar rug.
‘Sorry.’ In de wc spuugt ze een toastje uit en witte wijn, ze spoelt haar mond, werkt haar mascara bij, en loopt terug.

‘Gaat het weer?’ vraagt Bob. ‘Ben je hier met je man?’
‘Ik ben weduwe,’ antwoordt Verna. ‘Sinds een paar jaar.’
‘Een halfjaar terug is mijn vrouw ook overleden. De liefde van mijn leven.’
Verna knikt.
‘Laten we onze kennismaking vieren,’ zegt Bob. ‘We drinken er een flesje op.’
Verna zou hem het liefst ermee de kop inslaan.
Het gezelschap gaat op een rotseiland naar een fossiele steensoort kijken, stromatoliet. Net wanneer Bob Verna heeft meegelokt achter een hoge richel, legt Marcel zijn boek terzijde voor zijn lunch.

Hij smeert zijn boterhammen, snijdt bruine plekken uit een appel, schaaft jong belegen kaas. In zijn fantasie zegt hij tegen de heldin van het verhaal:
Je laat je toch niet inpalmen door die engerd, hè?
En als de vrouw in zijn gedachten hem smalend aankijkt, zegt Marcel:
Ach nee, iemand als jij natuurlijk niet.
Marcel wast zijn bord en bestek af, en leest gauw verder.
Op het eiland maakt Verna zich aan Bob bekend, hij heeft er geen idee van wie ze is.

Aan het einde van de zondagmiddag heeft Marcel zijn boek uit. Een beetje doelloos loopt hij door zijn huis. Hij moet hoognodig de kattenbak verschonen, en planten begieten. Dat hoefde niet toen hij nog met zijn hoofd op Antarctica vertoefde.

De telefoon gaat: Marcels dochter, die de laatste weken op de Mallorca op vakantie was.
‘Ha lieverd, ben je allang terug?’ vraagt Marcel. ‘Hoe heb je het gehad?’
‘Heerlijk gewandeld, we boften met het weer. En hoe is het met jou?’
‘Goed,’ antwoordt Marcel. Hij zwijgt over het schip, de excursies, over Verna.
‘Het is hier thuis weer zo gewoon,’ zegt zijn dochter zuchtend. ‘Wat moet ik hier?’
‘Ja,’ zegt Marcel. ‘Dat vraag ik me ook af.’

Dit bericht is geplaatst in reizen, thuis. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.