Appeltje, eitje

Red me, bidt Roel. Straks is mijn huis leeg. Dwars door de enge beelden in zijn hoofd dringt een wijsje tot hem door. Het melodietje van de telefoon. Pien, godlof.
‘Wat klink je slaperig.’
Met moeite worstelt Roel zich uit zijn nachtmerrie. Avondmerrie eigenlijk.

‘Ik moet ingedommeld zijn,’ zegt hij.
‘Was je zo moe?’ vraagt Pien. ‘Hoe was het bij Menno en de boys?’ O ja, de repetitie.
‘Het spelen ging wel goed,’ antwoordt Roel. ‘Marcel, die nieuwe, had weer eens een Rus gelezen. Geen goed woord voor het huwelijk, vertelde hij.’
‘Wat dacht je? Waar ben ik aan begonnen?’
‘Natuurlijk niet.’ Roel kent het huwelijk toch. Wat hij niet zegt. Pien wil niet vergeleken worden met zijn overleden Anne. ‘Russische adel werd toen uitgehuwelijkt,’ legt hij uit. ‘Die had maar af te wachten of het wat zou worden.’
‘Wij niet dan?’ vraagt Pien.
‘Tussen ons wordt het geweldig. Denk je niet?’
‘Zeker. Bovendien zijn we enkel maar verloofd.’ Appeltje eitje. Veel simpeler dan trouwen.
‘Ga je straks nog wat doen?’
‘Oefenen voor het koor morgen,’ antwoordt Pien. ‘Jammer dat dat orkest niet meedoet waar jij toen in speelde. Dan zag ik je nog even.’
‘Ja,’ zegt Roel. ‘Jammer.’ Meteen krijgt hij vreselijke zin om planken en kasten leeg te ruimen. Om ruimte in zijn huis te maken zodat Pien erin kan. Wat een lul-de-behanger ben ik toch. Altijd maar uitstellen.
‘Morgen vroeg op,’ zegt hij. ‘Voor de muziekschool.’
‘Slaapze dan maar.’
‘Kus.’

Om kwart voor zeven staat Roel naast zijn bed. Hij doucht en scheert zich. Met welgevallen kijkt hij naar drie tassen in zijn gang. Vol met spullen. Op een ervan staat Marktplaats, op nummer twee ‘weg’ en op de derde: Kringloop. Dat heeft hij gisterenavond toch maar mooi gefikst.
Om kwart voor negen opent hij zijn leslokaal. Hij knipt de lichten aan, pakt zijn cello uit, klapt zijn muziekstandaard open en zoekt in een kast naar partituren. Als alles klaar staat haalt hij op de gang snel koffie uit een automaat.
Op lunchtijd schuift hij in een lokaal aan tafel bij collega’s die daar hun brood opeten. Ze praten over optredens, de feestdagen, het koufront van het komend weekend. En mijn eigen nieuwtje dan? Roel wil het wel graag kwijt, maar heeft geen zin om hen te overvallen. Een collega vraagt:
‘Hoe is het met de liefde, Roel?’
‘Moet ik dat in het openbaar vertellen?’
‘Ik vraag het zomaar hoor.’
‘Ga je wat doen met Sinterklaas?’ vraagt een percussielerares.
‘Misschien geef ik Pien een ring. Van marsepein,’ zegt Roel. Waar haal ik het vandaan?
‘Zo, zo. Grote plannen,’ zegt ze. ‘Dat zal Pien leuk vinden.’
‘We hebben ons verloofd,’ zegt Roel. Nu moet de hele wereld het maar weten, vrijblijvendheid behoort tot zijn verleden. Dit is stap één. De simpelste.

‘Ha, feest!’ roepen er een paar.
‘Ja, Roel, wanneer geef je je feest?’
Roel schrikt. Wat een poespas, niets voor mij. Wie zei er dat verloven simpel was?

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 Responses to Appeltje, eitje

  1. Angeline Jansen schreef:

    Die Roel komt niet gemakkelijk tot iets. Herkenbaar. Geestig einde.

  2. Margot schreef:

    Wat een leuke reactie weer, Angeline. Roel waardeert je erkenning van zijn zwaktes.

Reageren? Ja graag hieronder!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.