Als je skypet, zit hij als het ware in je huis

Net na de lunch schroeft Henk een deurkruk vast, vervangt een lampje, dan belt zijn zoon op, Pim.
‘Hoe gaat het?’
‘Niet zo denderend. Je kent Lou toch?’
‘Is ie dood?’
‘Ik moet er niet aan denken. Hij is van plan naar Canada te emigreren.’
‘Canada ligt om de hoek,’ zegt Pim. ‘Je bent er in acht uur. Zo moeilijk is dat niet. Je hebt toch ook nog andere vrienden?’
‘Niet zoals Lou, hem ken ik al van jongs af aan. Hij kende mama goed, hij kent jullie,’ zegt Henk.
‘Vliegen kost tegenwoordig niets,’ zegt Pim. ‘Maar waar ik eigenlijk voor bel, is de woonkamermuur. Vind je die goed genoeg gedekt, of verven we er nog een laagje overheen?

’s Avonds op zijn bank spatelt Henk zijn opgewarmde prak naar binnen, geen show, film of serie op tv weet hem te boeien. Tussen het zappen door, belt Henks zus op.
‘Heb je nog nieuws?’ vraagt ze.
‘Niet zo best,’ antwoordt hij. ‘Lou, gaat naar Canada verhuizen.’ De rest van zijn verhaal blijft steken in Henks keel.
‘Hè Henk, dat vind ik nou echt jammer voor je,’ zegt ze. “Zo’n trouwe vent.”
‘Van Pim mag ik alleen maar klagen als hij dood is.’
‘Trek het je niet aan,’ zegt zijn zus. ‘Weet je, wanneer je met Lou skypet, zit hij als het ware in je huis.’
‘Maar niet echt.’
‘Nou, dan niet.’

Later in de week, spreekt Henk zijn zus toevallig weer, op een verjaardag. Ze zegt:
‘Ik heb een tip van een vriendin, die zweert bij groepsreizen. Dat moet jij ook gaan doen, met fitte medereizigers, een graadje jonger dan jij en ik. Zij doet dat elk jaar, met veel plezier.’
‘Zij is haar beste maat niet kwijt.’
‘Je kunt niet blijven kniezen, Henk,’ zegt zijn zus.

Niet lang erna belt Henk bij zijn bejaarde buurvrouw aan. Haar man is onlangs overleden.
‘Ik zet meteen koffie,’ zegt ze. Leunend op haar stok stapt ze naar haar keuken.
‘Wat hangt je aanrechtdeurtje scheef,’ zegt Henk.
‘Dat is al sinds hij ziek werd.’
Door haar keukenraam tuurt Henk naar het groen, rood en geel van struiken en van bomen in haar tuin. Ze komt naast hem staan.
‘Mooi zijn die herfstkleuren,’ zegt ze. ‘Hij was daar ook zo dol op.’
‘Heb ik je al van Lou verteld, dat hij naar Canada wil emigreren?’ vraagt Henk, terwijl zijn buurvrouw koffie schenkt.
‘Wat vreselijk,’ roept ze.
‘Van iedereen krijg ik alleen maar goede raad in plaats van medeleven.’
‘Hè, wat een tegenvaller. Je hebt zo’n hechte band met Lou, je kent hem al zo lang. Man, man, kom hier.’
Ze trekt Henk tegen haar boezem aan, ongemakkelijk leunt hij op haar schouder. Ze laat hem los, zet haar bril af, en wrijft haar ogen droog.
‘Ik zal even dat deurtje voor je recht hangen,’ zegt hij.

Dit bericht is geplaatst in familie, huwelijk, thuis, vrienden. Bookmark de permalink.

2 reacties op Als je skypet, zit hij als het ware in je huis

  1. Gerwout van Lodewyck de Cortenbergh schreef:

    Wat ’n leuk cursiefje!

  2. Margot schreef:

    Dank je, Gerwout!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.