Uitgesteld effect

Roel loopt alweer achter de feiten aan. Zaterdag bij mama op bezoek? Geen denken aan. Verpleeghuizen houden hun voordeur dicht, is afgekondigd. Dan blijft hij zaterdag maar thuis. Naast Pien doet hij in ondergoed mee met de ochtendgymnastiek op de tv. Nederland in beweging met Olga Commandeur. Zijn moeder deed dat ook altijd.
‘Wat een tempo!’ zegt hij hijgend tegen Pien, terwijl hij drie keer links en dan naar rechts stapt. ‘Ik word oud.’
‘Maar wel fit,’ zegt Pien haar linker knie optrekkend.
Dat is dan wel weer leuk aan isolatie, vindt hij. Dat hij in boxer short voor de tv met Pien saamhorig staat te zwoegen.

De telefoon, de verzorging van zijn moeders huis:
‘Uw moeder had een slechte nacht, ze is benauwd, heeft geen ontbijt gegeten en wil ook niet meer drinken. We waarschuwen de huisarts voor de zekerheid. Ze zal u bellen,’ zegt het hoofd verzorging.
Dat voorspelt weinig goeds, ze bellen niet voor niets, denkt Roel, die mensen zijn ervaren.
‘Ik vrees het ergste,’ zegt hij tegen Pien.

De arts belt:
‘Ik trof uw moeder slapend aan. Ze haalde moeizaam adem en werd niet wakker toen ik haar onderzocht.’
Roel stelt zich de struise jonge dokter voor met een wit snoetje aan twee elastieken om haar achterhoofd met welig donker haar. Hoe ze over zijn moeder heen gebogen haar beluistert en bevoelt met latex handen.
‘Het lijkt of na haar val toch een infarct is opgetreden. Een soort uitgesteld effect,’ zegt de arts. ‘Het kan nu hard gaan. De familie kan maar beter komen,’ zegt ze. ‘Voor een noodgeval als dit laat het team wel bezoekers toe.’ Of Roel details daarvan zelf met de verzorging wil bespreken. ‘Ik kom geregeld kijken.’

Infarct, familie, bezoek, details, het duizelt Roel. Hij houdt zich sterk, belt de verzorging terug en stelt zijn vragen. De coördinator zegt:
‘U moet begrijpen, een crisis als nu hebben we nooit aan de hand gehad. Gegeven dat uw moeder terminaal is, gelden er andere restricties aan bezoek. Coronadreiging geldt nu alleen medebewoners van het huis en de familie.’ Ze passen en meten binnen de regels voor afstand en hygiëne. De verzorging zet ontsmettingsmiddel klaar.
Roel krijgt het Spaans benauwd: zijn moeder stervend en dan die voorschriften en hij een potentiële overtreder. Heel vervreemdend.

Toms zonen en schoondochter komen afscheid nemen, net als Roels jongste zoon. Elk uur één over de trap naar boven en later naar omlaag. Bijna onzichtbaar, beducht voor barse woorden van de staf. Ze zijn er niet voor in de stemming. Roel, Loes en Tom – allang uit Engeland terug- volgen als laatsten. Zij mogen blijven.
Mijn hemel, mama! Haar borst zwoegt, maar haar gezicht is rustig, alsof ze er geen erg in heeft.

Rond middernacht zitten de broers en zus in mama’s huiskamer. De deur naar waar ze schrapend ademt staat wijdopen. Bleekjes zegt Tom:
‘We zullen …’
‘Stt,’ maant Roel. ‘Ik hoor mama niet meer.’ De stilte is verpletterend.

Geplaatst in familie, gezondheid, thuis | 1 reactie

Vlakbij huis

Roel kijkt slaperig opzij. Op het tafeltje naast zijn bed staat in rode cijfers op zijn wekker 06:37. Zijn mobiel zwijgt in alle talen. Hij draait zich maar weer om, dommelt wat en stapt om half acht uit zijn bed. Behoedzaam grabbelt hij zijn telefoon mee. In de woonkamer toetst hij het nummer in van Torendael.
‘Hoe is het met mijn moeder, mevrouw Dullaert?’ Een verzorgster zegt:
‘Mevrouw had een heel goede nacht.’
Roel klaart op. Ze is er nog. Niet stiekempjes ertussenuit gepiept. Verkreukeld staat Pien in de deuropening. Rillend trekt ze haar zijden kamerjas met kraanvogelmotief vast om zich heen.
‘Goed nieuws,’ zegt Roel. Zijn bonkend hart bedaart tegen het hare.

Roel belt zijn broer, vertelt het hem.
‘Goed gedaan.’ Het valt mee dat Tom dat zomaar zegt. Zijn grote broer. Vroeger kreeg die zoiets niet uit zijn mond. Erkenning van zijn kleine broertje Roel? Tom peinsde er niet over. Voor dat onderdeurtje zou het zomaar een reden kunnen zijn om naast zijn schoenen te gaan lopen. Alsof zoiets ooit in Roel opkwam.

Roel belt zijn zus.
‘Ik ga wel even langs,’ zegt Loes. ‘Ga jij maar aan je werk.’
Roels middelbare school is dicht. Muziekles in de klas zit er niet in. Hij geeft de lessen nu online vanuit zijn huis.
‘Dan kom ik morgen,’ zegt Roel. Zaterdag, zijn vaste dag. ‘Geef haar een kus van mij.’
Loes sputtert iets met ‘corona.’

Bij zijn lunch leest hij haar whatsapp: Het is met mama dik in orde. Hij belt, Loes zegt:
‘Mama zat als gewoonlijk te dommelen in haar stoel.’ Blij om haar dochter weer te zien. ‘Ze wist niets van een gaasje met pleisters op haar hoofd.’ En ook de avond in het ziekenhuis was in haar nevelen gehuld. Roel? Was ze er met Roel geweest? ‘Dat weet ik niet hoor,’ zei ze volgens Loes. Maar wel vond ze het heerlijk dat Loes er zomaar was.

Om de zinnen te verzetten -en voor de broodnodige beweging- fietsen Roel en Pien eind van de vrijdagmiddag eventjes naar Amstelveen. Het is alweer veel langer licht. Straks, met de zomertijd al helemaal.
‘Als we daar nou eens zouden gaan trouwen, Pien.’ Amstelveen, een heel aardig stadhuis, vlakbij het water. Met restaurantjes in de buurt. Al zijn ze nu uit voorzorg stuk voor stuk gesloten. ‘In de zomer lijkt me de ligging heel romantisch.’
‘Laten we daar ergens ook een feestzaal reserveren,’ zegt Pien. ‘Zoiets moet je ruim van tevoren doen.’ Ook dat maar via internet. ‘Zou zo’n site nu wel bemand zijn? Weet jij hoe dat werkt?’

Ze fietsen langs de Amstel terug. Vlakbij zijn huis, het Amstelpark in zicht, vraagt Pien:
‘Wil je misschien nog eventjes langs Torendael? Voor een praatje met je moeder?’
Maar zo eenvoudig is dat met corona niet.
‘Per dag laten ze bij mama nog maar één bezoeker toe,’ antwoordt Roel. ‘Ik mag pas morgen weer.’

Geplaatst in familie, gezondheid, horeca, huwelijk, school | Een reactie plaatsen

Vogeltjes kijken

Roel houdt de beker vast van zijn gewonde moeder. Ze neemt een slokje en zegt dat ze moet plassen.
‘Ik roep iemand. Kan je het zolang ophouden?’ Het vinden van de juiste hulpverlener is een heel gedoe – allemaal met mondkap vanwege de corona-, maar met een beetje aandringen krijgt Roel het voor elkaar. Net is mama geholpen of een arts verschijnt. In haar gevolg een jongeman met instrumentenkar: tangetjes, ontsmettingsmiddelen, steriele gazen.

‘Zoiets kan nu alleen zonder verdoving,’ zegt de arts. ‘Ze zit onder de pijnstillers, daar houdt ze het waarschijnlijk wel op vol.’ Roel weet van niets: pijnstillers? Toch lijken ze te werken. Roels moeder geeft geen krimp. En dat terwijl er zeven nietjes in haar vel worden geschoten. Roel kijkt zolang opzij.

Zo’n dappere patiënt treft ze niet vaak, zegt de arts. Wat Roel een trots gevoel geeft: Mijn moeder. Vervolgens vraagt de arts hem:
‘Zullen we haar hier een nacht ter observatie houden?’
Zijn ‘ja’ houdt Roel bijtijds in. Dat heeft hij wel geleerd van bij zijn Anne toentertijd. Medische observatie? Een leek denkt er het zijne van: met een verrekijker vogeltjes kijken. Een arts bedoelt iets anders weet Roel pertinent.
‘Wat observeert u dan?
Of Roels moeder haar val zal overleven, weten ze niet zeker, antwoordt de arts.
‘Mocht uw moeder ’s nachts opeens minder worden, dan grijpen we meteen in.’
Ingrijpen? Buisjes, pompjes, slangetjes en naalden bedoelt de arts. De hele rataplan. Mama’s verklaring gaat daarover. Dat ze dat niet wil. Alsof ze toentertijd –toen ze hem opstelde- een kijkje in de toekomst nam.
‘Als het misgaat wil ze niet behandeld worden,’ antwoordt Roel. Onhoorbaar moet hij ervan zuchten, dat hij dat nu zo vastbesloten zegt. Beducht dat de arts zal protesteren. Hij heeft geen weerwoord, het niet-behandel formulier ligt bij hem thuis.
Maar nee, de huisarts is geconsulteerd, zijn moeder zei het zelf, Roel staat erachter.

Per ambulance wordt Roels moeder teruggebracht naar Torendael. Roel fietst erheen. Wanneer hij haar kamer binnen loopt, helpen verzorgsters haar net naar bed. Braaf steekt Roel moedertje haar dunne arm in het pyjamajasje dat ze voorhouden.
Roel kust haar welterusten. De pot op met corona.
‘Ik ben er morgen weer,’ zegt hij vlakbij haar oor. Al is zijn hart beklemd. Zal ze er nog zijn?

Roels telefoon ligt naast zijn bed. Op het linker tafeltje. Zijn kant. Het dichtste bij de gangdeur, de wc. Daar kan hij ijlings heen als de nood weer hoog is. Zoals steeds vaker voorkomt. Vanwege zijn prostaat die niet meer zoals vroeger werkt. Een ouwemannenkwaal, zegt men. Vergroot, zegt men. Verkleind, dacht Pien aanvankelijk. Immers, dat ding kan niet veel hebben, dacht ze. Hoezo? Dat hebben ze toen maar gegoogeld.

Die nacht wordt Roel voortdurend wakker. Aan mama’s hand loopt hij te wandelen door een park. Denkt hij het met zijn slaperige brein of droomt hij? Hoort hij echt de tune van zijn mobiel? Alweer schrikt hij wakker.

Geplaatst in familie, gezondheid, op de fiets, wandelen | Een reactie plaatsen

De tijd kent ze niet meer

Roels spieren spannen zich. Hij moet en zal onmiddellijk naar de VU.
Mama is bij de eerste hulp, appt hij Pien. Ik hou je op de hoogte.
Nou geen gedraal, twijfel of uitstel. Hop, op de fiets. Mama’s niet-behandelformulier heeft hij niet bij zich. Alla, dat is van later zorg. Al weet je nooit.

Hijgend loopt Roel een glazen schuifdeur door. Hij belandt in een zaal met mannen en vrouwen in witte, rode en groene werkjassen -de meeste maar half dicht- die kriskras tussen counters en bedden heen en weer benen.
Aan een balie wijst men hem de weg. Roel vindt zijn moeder achter een gordijn. Op een metalen bed, half onder een dunne, lichtgele deken. De wand achter haar vol knoppen, contactdozen en snoeren. Een wond gaapt in haar voorhoofd, haar trui vol bloedspatten. Haar ogen glanzen op zodra hij in haar blikveld staat.
‘O Roel, wat een verrassing.’ Ze heeft geen pijn, zegt ze. Voorzichtig kust hij haar.

Een assistent in witte jas schuift het gordijn opzij. Hij komt mevrouw wat vragen stellen.
‘Weet u welke dag het is vandaag?’
Onbevangen glimlacht de hoogbejaarde vrouw haar ondervrager toe.
‘Dat weet ik niet.’ Als een driejarig meisje gaat ze er vanuit dat anderen meer weten en meer kunnen. Voor haar inmiddels vanzelfsprekend, zij zit er niet mee. Niet meer. Toen haar vergetelheid begon, verzette ze zich wel. Wilde dagelijks vele malen dood. De urgentie is geslonken.
‘De tijd kent ze niet meer,’ zegt Roel. ‘Moeder heeft vasculaire dementie.’
‘Hoe heet u?’
Haar naam weet ze nog wel, Greet Dullaert. En haar geboortedatum ook, 28 maart 1925. Automatisch rolt die uit haar mond. Hoe oud ze is? Daar heeft zijn moeder geen idee van.
‘Vierennegentig, mam.’
‘Zo oud alweer? Nou, nou, ik ben niet in de wieg gesmoord.’ Laat mama maar schuiven. Ze leidt je in een oogwenk van de feiten af. Al zegt ze er onmiddellijk bij:
‘Ik heb wel lang genoeg geleefd. Voor mij hoeft het niet meer.’ Opgewekt, maar beslist: dat weet ze nog heel zeker.
Roel streelt zijn moeders hand. Ze zegt het elke keer als Roel haar ’s zaterdags bezoekt: Van mij hoeft het niet meer.

Onverstoorbaar test de assistent intussen haar reflexen. Armen, benen. Hij beweegt zijn vinger voor haar ogen. Braaf laat Roels moeder het zich aanleunen.
‘Het meest urgente is de wond. We komen hem zo hechten,’ zegt hij.
Weer zit Roel naast zijn moeders bed achter een gordijn. Ze dommelt wat, hij belt Pien op:
‘Het duurt hier nog wel even.’
Spoedafdeling in een ziekenhuis? Wat heet, veel vaart zit er niet in. Roel stuurt een appje naar zijn broer en zus: Mama ligt op de EHBO.

Dat gordijn moet open, vindt hij. Stel dat ze mama vergeten. Af en toe loopt haastig een jasschort voor hen langs. Stethoscoop om de nek, achter een karretje vol instrumenten, mobiel aan het oor. Roels moeder ontwaakt.
‘Wil je wat drinken, mam?’

Geplaatst in familie, gezondheid | 2 reacties

Per ambulance

Hun trouwen? Pien vindt de zomer vroeg genoeg.
‘Ik loopt heus niet weg.’
‘Daar gaat het me niet om.’ Roel schetst wat Giel vertelde. ‘Ik wil dat je mijn huis erft.’

‘Lief van je.’ In Roels oren klinkt het lauwtjes.
Toen hij verkering kreeg met Anne, veertig jaar terug, woonden ze op kamers. Allebei. In hun eerste gezamenlijke huis hadden ze ook elk een eigen hokje. Het hare gaf ze zonder morren op toen ze kinderen kregen.

Moe van zijn lange wandeling wil Roel niet verder denken. Hij heeft voornamelijk trek. Zijn avondeten bevat veel vezelrijke groenten en een visje. Binnen het toegestane aantal punten, inclusief de saus. Een glaasje droge witte wijn erbij mag ook van zijn dieetcoach Els. Leuk mens trouwens die aardig is en niet te streng, maar toch van wanten weet. Hun toetje eten Pien en hij na het achtuurjournaal. Zoals Els heeft geadviseerd. Tegen de trek in dik makende tussendoortjes later op de avond.

Na de laatste hap vraagt Pien:
‘Heb jij me niet verteld, dat Anne en haar zus een flat hebben geërfd, die van hun vader was? En dat jij die beheert, samen met haar zus, verhuurt misschien? Houd me ten goede.’
‘Dat is zo,’ beaamt Roel. ‘Zelfs is die flat niet eens zo erg ver weg. Op de Van Nijenrodeweg, vlakbij het Amsterdamse Bos. Behoorlijk ruim. Als je bedoelt dat die geschikt is voor ons tweeën, dan heb je groot gelijk.’
Hij is verhuurd. De opbrengst levert zijn schoonzus en hem wat extra maandinkomen op. Niet super veel. Sinds jaar en dag woont er een echtpaar in voor weinig huur. En van de opbrengst gaat heel wat belasting af, omdat de huizenprijzen daar behoorlijk zijn gestegen.
‘Die huurders hebben mazzel,’ zegt Roel. De kans is groot dat die daar nog tientallen jaren blijven wonen. ‘Ik moet er niet aan denken daarop te moeten wachten.’
Pien ook al niet. Dan is ze in de tachtig.
Wat nu?
Nog maar net in bed –Piens hoofd vlak naast het zijne- betreurt Roel dat hij geen extra kamer heeft, weerklinkt in zijn vervliegende gedachten een uitspraak die Pien gisteren deed: ‘compleet in elkaar opgaan’ en dommelt hij in slaap.

De dag erna, twaalf uur. Roels solfège les is bijna om. Hij speelt nog één kort wijsje.
‘Weten jullie welke toon daar vaak op volgt?’ vraagt hij zijn leerlingen. In de borstzak van zijn roestbruine hemd trilt zijn mobiel. Hij draait zijn toehoorders zijn rug en kale kruin toe, kijkt op zijn schermpje. Torendael, mama’s tehuis.
Het huiswerk voor komende keer. Roel zegt zijn klas gedag. Hij rept zich naar een lege ruimte om te bellen.

Mama’s verzorgster zegt:
‘Uw moeder is heel naar gevallen. Op haar hoofd.’
Roel luistert geschrokken.
‘Ze is per ambulance naar de Eerste Hulp gebracht. De VU. Kunt u direct komen?’
‘Natuurlijk,’ antwoordt Roel met kippenvel op zijn armen. Aan een collega vraagt hij:
‘Kan je mijn laatste les voor één keer overnemen?’

Geplaatst in familie, huwelijk, liefde, werk | Een reactie plaatsen

Geen twintig meer

‘Lief,’ vraagt hij ongerust. ‘Je wil toch echt wel bij me wonen?’
‘Natuurlijk wil ik dat’ zegt Pien. Roel sputtert.
‘Het lijkt alsof je twijfelt. Omdat, je zei het zelf, dat je bij mij geen eigen kamer hebt en zo.’
‘Dat is wel waar,’ zegt ze. ‘Maar ik woon ook graag bij je.’ Het gaat haar om een eigen plek. A Room of one’s own. Virginia Woolf heeft het al gepropageerd of waren het Betje Wolf en Aagje Deken? In elk geval kunnen ze dan gemakkelijker een stukje van hun eigen leven blijven leiden.
‘We hoeven toch niet compleet in elkaar op te gaan? We zijn geen twintig meer. Wat hebben we op onze leeftijd al niet opgebouwd? En al die spullen die nu in mijn huis staan. Gaan we die allemaal wegdoen? Nee toch? Dat wil jij toch ook niet?’ vraagt Pien.

Ze komt gezellig schrijlings op zijn schoot zitten, trekt zijn gezicht dicht naar het hare toe. Haar woorden lossen op in zijn warme gevoelens. Roels stemming slaat om. Dan kunnen ze het evengoed eens op zijn bank doen. Hun bank. Comfort is anders, maar hun lust kent nu geen uitstel meer.
Zo beklinkt Roel zijn zaken eens te meer met Pien. Ze blijven samenwonen en gaan trouwen. Punt uit. Dat van een eigen kamer lossen we wel op, denkt Roel. Haar eigen huis hoeft ze er niet voor aan te houden. Wat ziet ze er toch heerlijk uit. Haar krulletjes, pronte borst en billen, haar ellenlange benen. Hij geeft Pien nog een kus.

Die woensdag gaat Roel wandelen met Giel, zijn goede vriend. De IJ-oevers maar eens, daar valt veel nieuws te zien. Onderweg vertelt Giel over een nicht, een weduwe. Hooguit zestig, meent hij te weten. Na jaren had ze weer een nieuwe vriend. Een beetje als bij Roel. Die vriend zei zijn huis op, woonde zo’n tien jaar bij haar in. Ze waren niet getrouwd, er was niets wettelijk geregeld. Waarom zouden ze dat op hun leeftijd doen, hadden ze gedacht. Onverwacht was Giels nicht overleden. Jammer voor Giel. Voor die vriend een groot verlies. Tot overmaat van ramp erfden haar kinderen als enigen haar huis. En zetten ze hun moeders vriend eruit, zonder pardon.

Roel hoort het aan. Het vliegt hem naar de keel. Wat een vreselijk vooruitzicht. Hij ziet Pien voor zich met haar spulletjes op straat. Dat nooit, zijn hart zou postuum breken. Pien moet zijn huis erven, besluit hij ferm. Zijn beide zoons doppen zolang hun eigen boontjes maar.

Eenmaal thuis en met Pien in zijn keuken -hun keuken- kan Roel nog maar aan één ding denken. Alsof hij een vergadering voorzit, zegt hij:
‘Laten we doorgaan met waar we gebleven zijn. Een datum voor ons huwelijk.’
Pien fronst. Hij ziet het haar zo’n beetje denken: Waren we daar gebleven?
‘Een datum, ja.’ Spijkers met koppen nu. ‘Volgende maand? Of in april misschien?’ vraagt hij.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Contactpersoon

Slecht nieuws? Welnee. Tom wil hem enkel vragen contactpersoon te zijn voor Torendael. Tijdelijk. De verzorging van zijn moeders huis belt dan naar Roel. Want Tom gaat veertien dagen met vakantie.
Contactpersoon? Goeiegenade, Roel dacht al dat er iets met mama was gebeurd.
‘Alleen maar in geval van nood. Voor als ze ziek wordt,’ zegt Tom.
‘Ze is kerngezond,’ zegt Roel. ‘Alleen haar hoofd werkt niet meer mee.’
Loes, hun zus, zorgt voor moeders kleding en haar linnengoed.
‘Als ze daar iets van willen weten, verwijs je ze naar haar,’ zegt Tom.
‘Oké,’ zegt Roel. ‘Noem mij maar als contactpersoon.’
‘Als er iets ernstigs is, moet je me bellen,’ drukt Tom hem op het hart. ‘En: niet laten behandelen hè. Je kent mama’s verklaring.’
‘Ja goed.’
‘Mama wil het zo. Dat weet je toch hè Roel?’
‘Ja, ja.’ Houd nou maar op. Dat het in vredesnaam niet zover moge komen.

‘Iets ernstigs?’ vraagt Pien.
‘Nou nee,’ zegt Roel en doet verslag. ‘Toch krijg ik het benauwd. Stel dat er iets met haar gebeurt. Zeg ik dan: ho, stop, niet behandelen? Wie krijg ik achteraf over me heen? Tom, Loes, de kinderen? Met: hoor eens Roel, dit was niet de bedoeling.’
‘Hoe ging dat dan bij Anne?’ vraagt Pien.
Die was nu eenmaal ziek,’ zegt Roel. ‘De eerste kuur en de bestraling sloegen aan. Maar toen.’ Het is toch altijd even slikken. ‘Toen was het toch nog uitgezaaid. Toen wilde ze niets meer. Kwaliteit, zei ze. Daar gaat het om. Niet om de kwantiteit.’
Ze zwijgen, houden elkaar vast.
‘Je moeder kiest toch ook voor kwaliteit?’ zegt Pien even later.
‘Maar als ze nu opeens wat anders zegt?’
‘Waarom zou ze?’ Roel is er niet gerust op.

Hij drinkt een slokje water en gaat een beetje op zijn cello zitten strijken. Zijn gedachten vullen zich met losse eindjes van hun dag. De dozen die we uit Piens huis hebben gesjouwd, wanneer pakken we die uit? Morgen maar? Het eten, wat doen we daarmee? Laten we iets brengen? Waar liepen Pien en ik over te praten toen Tom belde? O ja, ons huwelijksfeest. Zodra Roel dat bedenkt, verschijnen nieuwe beren op zijn pad.

Pien mag dan ‘ja’ hebben gezegd tegen het samenwonen, maar hoe zit dat met de afgelopen week? Toen ze een paar keer uitweek naar haar eigen huis. Een keer toen hij zijn cellostukken zat te oefenen. Een andere keer wilde ze met een vriendin wat nummers instuderen voor haar koor. Dat gaat veel beter bij mij thuis, zei ze. Daar staat mijn keyboard nog. Daar kunnen we zo vals zingen als wat of uit de maat of tegen elkaar in, zei Pien. Ze zei ook iets over een eigen kamer, die ze bij hem niet heeft.
Het is nu eenmaal klein bij hem.
Moet ik misschien mijn huis maar aanhouden? vroeg ze. Al klonk het aarzelend.
Wil Pien nou echt wel bij me wonen?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Drie glaasjes

Waar die man toe in staat is? Dat klinkt ernstig. Heeft Piens ex haar mishandeld? Is ze bang voor hem? Roel niet. Roel lust hem rauw. Roel voelt zich haar beschermer.

Eerst maar een portje. En Pien ook.
‘Ik maak me liever uit de voeten,’ zegt Pien.
‘Heeft hij vroeger klappen uitgedeeld?’
Pien lijkt verbaasd.
‘Geen klappen. Dan was ik al meteen vertrokken. Nee, schelden deed hij. Dat ik een idioot was, rijp voor de psychiater. Dat soort gedoe. Dat meende hij dan niet, zei hij later. Maar intussen was het wel gezegd. Vrolijk werd ik er niet van.’
‘Beter maar weg wezen. Je hebt gelijk.’
Een volgend glas. Roels opwinding ebt weg. Het derde maakt hem prettig onverschillig. Loom hangen Pien en hij samen op de bank.

Woensdag alweer. Ze maken kennis met dieetcoach Els. Op de weegschaal. Een gesprek over vaste maaltijden, tussendoortjes, alcoholgebruik. Aan elke hap en drankje kent Els punten toe. In de nabije toekomst moeten ze die ernstig gaan beperken. Het duizelt Roel na afloop.
‘Van nu af maaltijdsla, rauwkost en vegaburger,’ bromt hij.
‘Dat heeft Els niet gezegd.’ Daar kijkt Roel toch van op. Voelt al waar Pien naartoe wil. Ze gaat hem eventjes de zonzij laten zien. Weg met zijn donkere wolken.
‘We kunnen alles blijven eten, weet je nog? Als het maar minder is per keer,’ zegt Pien. ‘Zo gek is dat toch niet?’
Roel kust de mond waar al die luchtigheid uit klinkt.

De drukke zaterdag. Zoals gewoonlijk ‘s ochtends bij Roels moeder op bezoek. In haar tehuis Torendael. Mama blijft Pien aanspreken met ‘mevrouw’. Pien een mevrouw? In haar kleurige maillot en korte rok? Roel legt maar niet meer uit dat hij met Pien gaat trouwen. Dat is mama na twee minuten alweer kwijt.
Zaterdagmiddag moeten er wat spullen heen en weer worden gesjouwd tussen Roels huis en dat van Pien. Een groter formaat pan dan die van Roel, Piens wollen wintertruien, Roels leunstoel. Die achteraf gezien best handig is.
Ze rijden in Roels auto naar de Pijp, naar Piens huis op drie hoog. De spullen die ze achteraf gezien niet kunnen gebruiken, zeulen ze de smalle trappen op. Kijken boven voor de zekerheid nog naar een vloerkleed voor Roels huis. Niets geschikts, Pien dacht het al. Ten slotte wringen ze de leunstoel en wat andere huisraad de trap af. Benauwde bochtjes om. Voorzichtig voor het stucwerk!

Een parkeerplaats vlak voor zijn deur, een vrije avond in het vooruitzicht.
‘Genoeg lichaamsbeweging voor vandaag,’ zegt Roel tevreden. Pien murmelt:
‘Alweer twee ons eraf.’ Koutend over hun toekomstig feest -wie nodigen ze uit, waar zullen ze het houden?- lopen ze zijn hal in. Net steekt Roel de sleutel in zijn deur of: zijn telefoon. Tom, zijn broer.
‘Ben jij toevallig nog naar mama toe geweest?’
Toevallig? Op zaterdag ga ik altijd, dat weet Tom toch? De schrik slaat Roel om het hart. Waarom vraagt Tom me dat? Daar zal je het hebben. Mama!

Geplaatst in familie, liefde, sportschool | Een reactie plaatsen

It takes two to tango

Die ex is onderdeel van Piens historie. Roel weet er weinig van. Niet van Piens ex, niet van haar eerste baan, haar vorige koor, haar oude huis. Ze zegt er soms iets over, als het zo uitkomt. Terloops. Maar dit is andere koek. Wat gebeurde er op de sportschool? Er was iets met die ex. Toch jammer dat Roel zo’n eind van Pien vandaan stond.

‘Wilde die man wat van je?’ vraagt Roel.
‘Hij was verrast me daar te zien. Omhelsde me,’ antwoordt Pien. In een fitnessruimte aan de Europaboulevard had ze hem allerminst verwacht. Hij zei dat hij haar miste. Vroeg of ze wel eens aan hem dacht. Natuurlijk. Tien jaar samen, daar denk je wel eens aan. Hij zei: We hebben goede jaren met elkaar gehad. Je bent nog net zo sexy als vroeger. Hij ging maar door. Alsof we een sprookjeshuwelijk hadden, zegt Pien, in plaats van kat en hond. Of we weer eens uitgingen, vroeg hij. Ze wilde hem niet voor het hoofd stoten. Vroeger werd hij wel eens agressief. Ze sloeg zijn aanbod toch maar af. Ik ben niet meer alleen, zei ze, ik ben verloofd.
‘Je had hem moeten horen, Roel.’ Meneer de ex werd nijdig. Volgens hem had zij gezegd dat ze nooit meer zou trouwen. Ze was er niet geschikt voor, zei hij. En dat hij dat aan haar verloofde zou vertellen. Dan wist die sukkel meteen waaraan hij begon, brieste hij. Zijn ogen spoten vuur. Het is toch wel een man? riep hij.
‘Ik heb hem maar gezegd dat je aan het werk was,’ zegt Pien. ‘Goddank stond je ergens achterin. Hij zag je niet.’ Ik beklaag die verloofde van je, zei hij. Toen draaide hij zich om en liep weg.

Dat laatste had Roel ook gezien, en dat Pien toen nog iets zei.
‘Ik wou hem zeggen: It takes two to tango. Het bleef bij: It takes. Stom,’ zegt ze. ‘Vroeger lokte hij altijd een weerwoord bij me uit. Dan heb je altijd ruzie.’
Piens mondhoeken hangen triest omlaag. Mijn hemel. Roel neemt haar in zijn armen.
‘Liefje nou. Dat die man na zoveel jaar…’
Ze leunt tegen Roel aan, neust in zijn hals.

Een glaasje port zou de bitterheid verzoeten. Een calorieënbom, dat wel.
‘Thee?’ vraagt hij toch maar, zonder puf. Wie wil er thee in dit soort situaties?
‘Nog iets anders in de aanbieding?’ vraagt ze.
‘Een portje?’
Dat wordt het dan. Terwijl Roel glazen en de fles pakt, inschenkt, borrelt in hem op:

Wat denkt die vent wel? Eerst poeslief tegen Pien en dan beledigen? Zo iemand wil mij de les gaan lezen? Ik zou mijn Pien niet kennen?
Alsof een draak zich roert.
‘Als je je ex hier ergens in de buurt ziet, waarschuw me meteen. Ik kan die vent wel aan,’ zegt Roel gedecideerd.
‘Hou jij je nou gedeisd,’ zegt Pien. Ze klinkt er niet gerust op. ‘Je weet maar nooit waartoe die man in staat is.’

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Fit zonder exen

Pien hoeft nog even niet naar huis, zegt ze. Dan gaan ze maar de andere fitheidsclub bekijken, een eindje verderop. Anytime Fitness. Hand in hand met zijn langbenige verloofde loopt Roel die richting op.

Een lange vent in sporttenue laat hen binnen. Je kan hier dag en nacht terecht, zegt hij. Daar kan Roel zich geen voorstelling van maken. In het holst van de nacht nog even wat gewichten heffen? Zou iemand zoiets doen, en ook nog voor zijn lol?
De apparaten zijn er zwart en grijs, het overige interieur is overwegend paars. Ze zien veel kortgeknipte witte koppies en ook wat kale knarren.
‘Onze leeftijd,’ sist Pien. Roel knikt tevreden, informeert maar eens naar service en abonnementen.
‘We doen hier veel personal coaching,’ zegt de sportman van zonet, een beetje hees. ‘Met een trainingsschema op uw eigen maat gesneden.’
‘O echt?’ vraagt Roel. Een kolfje naar zijn hand.
Hier wil hij heen. Geen internetverkeer of ex om ongelukkig van te worden. En ook nog eens vlakbij zijn huis. Roels keus staat vast.
‘Die tweede sportschool maar?’ vraagt hij wanneer ze op een laat uur thuis hun jack ophangen.
Wat Pien betreft: geen twijfel aan.

Een mailtje van hun toekomstige dieetcoach, Els. Dank voor je aanmelding. Ze stelt een afspraak voor op woensdag, overmorgen. De dag des oordeels. Om zes uur.

Dinsdag is Pien stilletjes. Roel vermoedt waarom. Het is die ex, met wie ze gisterenavond in de Basic Fit had staan praten. Roel zou dolgraag het fijne ervan weten. Maar ja. Hoe zal hij dat eens vragen? Aan het ontbijt en bij het avondeten kwam het er niet van. Het liefst zou hij terloops van een of ander onderwerp onmerkbaar overstappen naar die ex. Begon ze er uit zichzelf maar over.

‘Vind jij dat kleed nog kunnen?’ vraagt Pien na het journaal. Ze wijst op een karpet dat sinds jaar en dag al bij Roel in de zithoek ligt. En ja, als hij er nog eens goed naar kijkt. Een beetje met haar ogen, naar hij uit alle macht probeert. Alsof hij daar geen voetstappen heeft liggen van jaren her. Van zijn gezin, familie, van wijle zijn Anne. Van een of andere kerst, een ruzie, een verzoening. Nee, als hij dat alles even weglaat en het met frisse blik beschouwt. Tja, dan. Dan kan dat kleed niet meer. Het is zo sleets als wat. En helemaal verschoten.
‘We moeten maar iets nieuws,’ zegt Roel royaal. Nu ze toch bezig zijn. ‘Of heb jij in jouw huis misschien iets liggen dat hier past?’
En dan, zo waar, lijkt het of hij toch ongemerkt een brugje heeft geslagen. Althans, Pien zegt:

‘Ik zou je nog vertellen van mijn ex. Wat er gebeurde in die oefenruimte van de Basis Fit. Weet je dat nog?’
Nou, of hij dat nog weet.
Ze gaan er even goed voor zitten. Knus op zijn bank, haar voeten op zijn oude kleed.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen