Bewegend behang

Kale boel. Zaterdag geen lekkers bij de koffie. En ook niet bij de thee. ‘s Avonds maaltijdsla met kip. Gelukkig vindt Roel Pien om op te vreten. En zij vindt hem een lekker stuk. Wat veel van zijn leed verzacht.
Op zondagavond maaltijdsalade met sardientjes. Roel denkt er een patatje bij. Hij fantaseert over een sappige paling, puree met volle melk en roomboter.

‘Wat doen we met de fitness, lief?’ vraagt Pien op maandagochtend.
‘Tja,’ zegt Roel maar eens. ‘Ehm.’ En dan:
‘We kunnen wel eens bij zo’n centrum kijken.’ Hij is weer helemaal bij de les.
Alleen al in de A.J. Ernststraat zijn er twee. Die op de hoek van de Europaboulevard en één voorbij het winkelcentrum. Na het eten maar.

Van een baliemedewerker van de Basic Fit mogen ze gratis even binnen kijken. Rijen oranje apparaten voor rennen, fietsen, heffen, duwen. Stampmuziek. En veel jonge mensen. Met mobiel in hun hand of naast zich op de grond. Oortjes in. Ze zien me niet eens, denkt Roel. Voor hen ben ik zoiets als lucht, bewegend behang. Hier word ik heel erg eenzaam.

Roel loopt de enorme ruimte door. Ziel onder de arm. Langs rijen apparaten met pedalen voor de ramen. Met uitzicht op een glimmend kunstwerk in een grasveld met bruin bladerdek. De voorkant van de sportzaal ligt aan de drukke boulevard. Platanen op de stoep en in de middenberm. Loopbanden bieden zicht op het verkeer. En op de halte van lijn 62. Roel kijkt eens achterom. Waar blijft Pien nou?

Hij ziet haar bij de ingang in de verte. Ze staat er met een man te praten. Sporttas in zijn hand, in jack en spijkerbroek. Alsof hij net de sportzaal binnenkomt. Of gaat hij net naar buiten? Te oordelen naar diens kale achterhoofd, is hij de enige andere van hun leeftijd hier. Geen wonder dat Pien meteen aanspraak heeft. Of zou ze hem soms kennen? In dat geval ziet zij het hier wel zitten. Straks wil ze hier voortaan gaan sporten. En heeft ze lak aan al die jonkies met hun eeuwig bellen en voortdurend typen. Voor wie je lucht bent, een oud lijk, een meubelstuk.
Zo van veraf te zien hebben die twee elkaar best veel te zeggen. Roel staat in dubio: zal ik erheen gaan? Maar dan ziet hij Pien verstarren. Ze staart de vent aan, schudt haar hoofd. Roel loopt hun richting op.

Intussen draait Piens gezelschap zich al van haar af. Zijn blik strak richting uitgang stapt hij opzij en loopt de draaideur door. Pien lijkt hem tevergeefs iets na te roepen. Verloren blijft ze in haar eentje staan.
‘Gaan we?’ vraagt Roel zodra hij naast haar staat. Met bonzend hart: ‘Wie was die man?’
‘Mijn ex,’ zegt Pien. ‘Die sport hier na zijn werk.’ Al woont hij helemaal niet hier. Meer wil ze er niet over kwijt. ‘Thuis,’ zegt ze. ‘Later.’

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Zondag rustdag

Nieuwjaarsdag beschouwt Roel als een zondag. Rustdag. Lichaamsbeweging en dieet? Die komen later wel. Dus maken Pien en hij de restjes op van gisteren, inclusief tiramisu. En ook is er gelukkig nog een staartje port. Het smaakt hen best.
Waardoor hun lijn weer hopeloos verslonst. Dan kunnen ze ook wel de chocola opsnoepen. Gisteren gekregen van hun gasten. Zoiets kan je toch niet laten staan.
Na het weekend, beloven ze elkaar, beginnen we voor het echie.

Onherroepelijk leidt ’s middags hun gesprek naar afvallen en een strak figuur.
‘We hebben genoeg fitnesscentra in de buurt,’ zegt Pien. ‘In het buurthuis kan het misschien ook.’ Ze heeft het over apparaten en trainingen in groepsverband. Pilates, zumba, spinning of essentrics. Hoe dat ellendige afpeigeren ook heet wat ze je laten doen.
Roel staat nog levendig een Amerikaan voor ogen die in het vliegtuig op twee stoelen zat. Twee naast elkaar, voor elke bil één. Roel gruwt van het idee dat hij zo uit zou dijen. Pien heeft gelijk. Maar moet dat per se via fitness en dieet?
‘Het klinkt zo ongezellig, Pien.’
‘Hè Roel,’ zegt ze. ‘Hè man, doe niet zo slachtofferig.’
Zo voelt hij zich nu eenmaal. Pispaaltje van de afslankindustrie. Kom op, ouwetje, spreekt hij zichzelf toe. Doorbijten. Pien moet een beetje trots op me blijven. Een beetje met me kunnen showen. Want anders…Daar denkt hij niet graag aan.

Op zijn computer vindt hij dieetclubs en afvallen met personal coach. Dat laatste spreekt hem aan. Zo iemand die je oppept, mocht je de moed verliezen.
‘Zullen we iets met een coach doen, Pien?’ Roel doet verslag.
Ze hebben nu de tijd er een te kiezen. Voorkeur voor leeftijd, man of vrouw, Buitenveldert, centrum misschien? Ze scrollen door het aanbod.
Ene Els lijkt hen wel wat. Vijftig, met praktijk in de Pijp. Ze kijken naar haar foto: niet overdreven slank, geen mannequin. Meer een figuur zoals ze zelf wel zouden willen.
‘Van thuis uit kunnen we er met de metro heen,’ zegt Pien. ‘Met de Noord-Zuidlijn, die gebruiken we dan ook een keertje.’
Thuis, zegt ze. Mijn huis, denkt Roel, nu is het van ons samen. Hij zoent Pien in haar hals.

Digitaal vullen ze een formulier in. En sturen dat met naam, geboortedatum, lengte en gewicht –zoef- de ether in naar de praktijk van Els.
Haar nieuwjaarsreces zal nog tot maandag duren. Daarna volgt onherroepelijk het eind van hun vertrouwde eet- en drinkpatroon. Het ongelimiteerd innemen.

‘Zullen we alvast meteen met minderen beginnen?’ vraagt Pien voorzichtig. ‘Anders maken we ons zo afhankelijk van dat mens. Die heeft dan alles over ons te zeggen.’
Op die manier heeft Roel het niet bekeken. Hij dacht meer: ik bel aan bij Els, hoor haar vonnis aan en doe vervolgens braaf wat ze van me verlangt.
Maar nu meteen? Bij voorbaat al? Nou ja, oké, aan Roel zal het niet liggen.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Alles nieuw

Het kerstdiner heeft goed gesmaakt. Het was gezellig samen met de jonge generatie. De 27ste alweer. Voor het ontbijt staan Roel en Pien in hun blootje samen voor de spiegel. Pien vat haar taille tussen duim en wijsvinger, tilt haar borsten op, knijpt in haar wangen.
‘Help, Roel hoe komen we aan al dat vet?’

Roel haalt zijn schouders maar eens op, beziet zijn hangbuik. Bespeurt vrouwelijke rondingen in zijn behaarde borst.
Als we zo doorgaan, is er geen houden aan, vreest Pien hardop. Ze moeten aan de lijn.
Moet dat echt? Niets lijkt Roel erger dan ‘nee’ te moeten zeggen tegen bitterballen, frietjes en appeltaart met slagroom. Of een vies dieet te moeten houden van enkel rauwkost en droog brood.
‘We moeten ermee zien te leven, Pientje,’ zegt hij hoopvol. ‘Je bent nu toch hartstikke mooi.’ En nog wat over anorexia, wat hij pas op tv gezien heeft. In zijn betoog mixt hij hun vorderende leeftijd, slinkende ruggengraat en slapper wordend vel. De feestdagen, niet te vergeten en nog wat verzachtende omstandigheden.

Maar Pien wil van geen wijken weten. Hart- en vaatziekten brengt ze in het geweer. Ze sleept er lichamelijke ongemakken bij, ouderdomskwalen, gebrek aan fut.‘Volgend jaar dan maar.’ Hij slaakt een moedeloze zucht.
Pien knikt ietwat aangeslagen. Al heeft ze hem ook lief zoals hij is, zegt ze.
En hij haar.

Oudejaarsdag slapen ze uit, ontbijten met de krant op bed, nemen samen een oudejaarsbad. En dan, help, is de ochtend al zowat voorbij. Als ze nog oliebollen willen halen, moeten ze opschieten. Champagne, chips en nootjes hebben ze genoeg in huis.
‘Ook maar wat van die Franse kaasjes?’ vraagt Roel. Hun gasten Giel en Rosa zijn daar dol op.

Op het Gelderlandplein is er nog eten in overvloed te koop. Ietwat ontheemd wandelt Roel met zijn verloofde door het winkelcentrum terug naar huis. Langs poppen met feestkleding in de etalages. Glitter, glim en glom. In de winkels loopt een enkele klant. Die schijnt zelfs nog op dit moment een glans pak of satijnen jurk te willen kopen. Wat mensen dragen die met oudejaarsavond op tv te zien zijn. In een gezelschap opgewonden standjes, die – glas in de hand- secondes brullen tot de klok twaalf uur slaat. Alsof er dan iets geweldigs gaat gebeuren. Iets wat ze innig wensen.
‘Alsof om middernacht alles goed zal komen,’ gniffelt Roel voor een etalage.
Pien noemt dat de magie van oudejaarsnacht.
Daar vindt Roel zich langzamerhand te oud voor.

Drie uur. Thuis halen ze servies, glaswerk en tafelkleed tevoorschijn. Kaarsen, feestservetjes. Ze stofzuigen nog even.
Straks lekker oliebollen. En vette hapjes. Vanavond eten ze gezellig met hun gasten mee.
‘Dat nieuwe jaar is morgen pas,’ zegt Roel. Heel even flitst er in zijn hart hoop op magie, van oudejaarsnacht. Dat om twaalf uur hij als bij toverslag zes kilo lichter is.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vrolijk kerstfeest

Het is een uitgemaakte zaak. Op tweede kerstdag dineren ze bij Tom, Roels broer. Eind november heeft hij dat al gevraagd. Dezelfde datum ongeveer dat muziekvriend Marcel over de Veluwe vertelde. Met kerst gaan zijn vrouw en hij daar naar een bijzonder leuk hotel. Zowat elk jaar. Een kerstarrangement, niet eens erg duur scheen het. Reuze romantisch ook. Hotels in overvloed, zei Marcel.

Maar Pien voelt er niets voor.
‘Romantisch? Daar ben ik wel eens ingetuind,’ zegt ze. Vroeger. Toen had ze met haar ex ook een arrangement geboekt. Ook op de Veluwe. Het miezerde drie dagen lang. In hun hotelkamer was het kil geweest en grauw. Kale wanden, zeil op de vloer, aparte bedden. Die ze eigenhandig tegen elkaar aan schoven. Haar ex was er somber van geworden. De omgeving daar was uitgestorven. Geen blaadje aan de bomen in het bos en heel vroeg donker. Hun kerstontbijt stelde bar weinig voor. In de binnenstad van Arnhem was er op kerstochtend -tot overmaat van ramp- geen kip op straat.

Toen ze langs een kerk kuierden, sprongen er jongeren tevoorschijn. ‘Zalig kerstfeest!’ Welwillende types die daklozen en zwervers opvingen. En eenzamen. Niet dat die er veel waren. Dus waren Pien en ex maar bij hun doelgroep ingelijfd.
In een met kersttakken opgetuigd zaaltje werden ze onthaald op futloze koffie en kerstkransjes van inferieure kwaliteit. Kort na een praatje met de jongelui was Pien snel opgestapt. Alleen stuitten ze zo’n honderd meter verderop alweer op een Kerst-in. Ook al met fris gewassen jongelui: Zalig kerstfeest. Pien was stug doorgelopen.

Kerst op de Veluwe?
‘Hè jakkes.’ Daar maakt Roel haar niet erg blij mee. ‘Ik ga veel liever naar je broer,’ zegt Pien. Als het maar in huiselijke kring is. En daarna lekker knus in eigen bed.
‘Bij Tom is het best leuk,’ zegt Roel. ‘Mijn zus komt ook. Mijn neven zijn er en mijn nichtjes.’ Die van de nieuwe generatie die hem bij de tijd houdt.

Tweede kerstdag. Roel steekt zich in zijn beste kloffie. Naast hem hijst Pien zich in haar feestjurk. Van vorig jaar.
‘Oeps,’ zegt ze. ‘Roel. Ik krijg hem niet meer dicht.’
Roel kijkt met welgevallen naar Piens jurk. Haar welvingen steken er gunstig uit.
‘Hij staat je prachtig, lief!’ zegt hij uit volle overtuiging.
‘Help eens,’ zegt ze ietwat benauwd. ‘Ik houd mijn buik in. Trek jij mijn rits omhoog.’
Het is een heel gedoe. Maar dankzij Piens instructies lukt het.
‘Goeie genade,’ giechelt ze. ‘En dan moet het kerstdiner nog komen.’
Ook Roels gilet spant krapjes om zijn buik. Het zwarte fluweel van zijn feestbroek zit al even strak.
‘O Roel, we dijen uit,’ roept Pien.
‘Het zal de leeftijd zijn.’
‘Onzin, we snoepen veel te veel. En al die biertjes, wijntjes en een portje voor het slapen gaan. Die werken ook niet mee.’
‘Nou ja.’ Dat is van later zorg.
Eerst gaan ze samen maar eens onbekommerd van het kerstdiner genieten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De grote oversteek

Vandaag de grote oversteek. Volgens Piens ingenieuze plan. Stap één? Roel rijdt met haar naar de Gamma. Veel dozen hebben ze niet nodig, zegt Pien. Stap twee:
‘Je pakt wat in, rijdt naar het andere huis en pakt het daar weer uit.’
Niet denken, doen. Pien overziet de logistiek. Aan haar heeft Roel houvast. De dozen ruiken naar nieuw karton. Thuis vult hij ze met halve meters boeken.

Met zijn bestofte spullen in haar handen vraagt Pien:
‘Werkt die Corine van jou wel schoon?’
Zijn Corine. Een mollige moeke van zijn eigen leeftijd, die eens per veertien dagen bij Roel poetst. Ze is de jongste niet. Niet meer. Dat ze wel eens -steeds vaker- een plank een kast of laden overslaat, daar kijkt Roel maar niet naar. Of dat Corine zegt: vandaag kom ik daar niet aan toe. Dat komt een volgende keer. En dat het ook dan niet gebeurt, negeert hij liever.
‘Moet je niet eens een nieuwe werkster nemen?’ vraagt Pien.
‘Een nieuwe Corine?’ Roel heeft het wel eens overwogen. Maar ja, na vijfentwintig jaar?
Pien haalt haar schouders op. Die heeft niets met Corine. Roel wel. Toen Roel weduwnaar werd was ze er al. Roel kent Corines verhalen. Over haar zoon, haar zieke kleinkind, de verkeerde mannen die Corine steevast trof.
‘Nou ja,’ zegt Pien. ‘Als jij haar zo graag wilt.’ Wil ik dat echt, vraagt Roel zich stiekem af. Of zou misschien bij deze nieuwe start een jonge schoonmaakblom toch beter zijn?

Inpakken dus. Één stuks gaat mee, één exemplaar blijft thuis. Een tip van muziekvriend Menno. Wat een bemoeial, dacht Roel eerst. Nu is het toch wel handig. Al blijft van Eric Clapton alles thuis bij Roel. Dan kan hij af en toe met Pien een dansje maken. Veel andere cd’s, die hij maar weinig draait, mogen in Piens huis logeren.

Pien zweert bij Spotify. Noemt al die schijfjes ‘ballast’ die Roel verzameld heeft.
‘Maar ja,’ zegt ze berustend. ‘Als jij daaraan gehecht bent, houden we ze lekker.’ Zodat Roel zich stiekem afvraagt: Zou die muziekservice van Pien toch iets voor mij zijn?
De volle dozen sjouwen ze de trap af, Roels auto in. Ze rijden naar Piens flat. Pien maakt er ruimte voor Roels eigendommen. Voornamelijk wat op den duur weg kan. Maar nu nog even niet.

Pien pakt haar huisraad in de lege dozen die verkassen naar Roels huis. ‘s Avonds leunen haar boeken tegen die van hem, staan haar pannen gestapeld in de zijne, liggen haar handdoeken tussen die van hem gevouwen. En hangt Pien voor pampus tegen hem aan op zijn bank.
‘Ik ben kapot,’ zegt ze.
‘Je blijft gewoon hier slapen,’ zegt Roel en kust Pien in haar nek. ‘Je spullen zijn hier toch. Je woont in feite hier.’ Pien gaapt en zoent hem op de mond.
Net liggen ze in bed of Pien valt al in slaap. Jammer, Roel had het graag nog met haar willen vieren.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Gelijk oversteken

Of hij bij haar intrekt? Je overvalt me, zegt Pien op de woensdagavond. ‘Bespreken we dat in het weekend?’ vraagt ze.
Roels hoofd vult zich met zuchten, rond zijn hart groeit traag een laagje lood.
Donderdag, muziekschool. In gesprek met zijn collega’s bij de lunch gaat Roel ‘verhuizen’ uit de weg. Al is zijn hart vol van huwelijk, verloving, feest, verhuizing. ’s Avonds denkt hij: Ik moet iets nuttigs doen, administratie. Alleen dwalen zijn gedachten alsmaar af. Inspecteur Morse dan maar.

Vrijdag. Roel slooft zich voor het avondeten uit: romige soep vooraf, een vegetarisch hoofdgerecht, tiramisoetje toe. Om uit te buiken kijkt hij met Pien naar de serie Shtisel. De laatste aflevering alweer. Met een ultraorthodox gezin, hun zwarte pandjesjassen, pijpenkrullen. Roel is van ze gaan houden.
‘Zo jammer dat het afgelopen is,’ zegt Pien.

Al Roels gedachten cirkelen meteen weer rond ‘jouw huis, het mijne, inpakken.’ En hoe hij dat ter sprake brengt, het liefst zonder veel nadruk. Hij laat het graag aan Pien over, die kan zoiets veel beter. Onderwijl drinken ze een decafé bij kaarslicht, laat Roel een bonbon smelten in zijn mond. Nog één. Gelukkig begint Pien erover.
‘Ik dacht: ik pak wat spullen in,’ zegt ze. ‘Jij ook. Dan steken we gelijk over.’
Hoe bedoel je?
‘Ik breng mijn spullen naar jouw huis en jij jouw spullen naar het mijne. Dan zien we wel wie er bij wie intrekt.’
‘Jij bij mij,’ zegt Roel. ‘Als het niet uitmaakt.’

Zijn hersens knarsen. Hij moet verbaasd hebben gekeken, want Pien legt het nog eens uit. Ze trekt een schrift tevoorschijn.
‘Kijk,’ wijst ze naar een regel. ‘Voor de boeken en de dvd’s die ik naar jou meeneem, heb ik zes planken nodig. Van tachtig centimeter. Dan kan jij op planken die ik leeg maak in mijn kast jouw spullen zetten.’
Aha! Geen Marktplaats, kringloop, E-books, streaming. Maar twee huishoudens. Een wonderbaarlijke vermenigvuldiging in plaats van armoe.

‘Ik vind het nu nog lastig om mijn huisraad weg te doen,’ zegt Pien.
‘Ik ook,’ zegt Roel.
‘Dat heb ik al een keer gedaan, toen mijn ex vertrok,’ zegt ze. ‘Ik ben nogal gehecht aan wat ik over heb.’
‘Ik ook,’ zegt Roel.
‘We doen een eerste oversteek. Daarna neem jij misschien nog wel eens wat uit jouw huis naar het mijne. Wat je achteraf gezien niet missen kunt, zet je gewoon weer terug. En met mijn spullen sjouw ik ook wat heen en weer. Net zolang tot in jouw huis alleen nog staat waar we niet zonder kunnen,’ zegt Pien.

‘Dan is het tijd voor feest,’ zegt Roel. Uitstel, geen afstel. Zijn loden last verpulvert. Weg. Sneeuw voor de zon. Hij staart naar zijn verloofde, haar springerige grijze krulletjes, staalblauwe ogen. Pien, denkt hij, hoe krijg je het bij elkaar gedacht?
Hij sluit zijn liefde in zijn armen. ‘Mijn Pien.’ Mijn zonnetje, mijn toverfee. Met wie ik ga trouwen. Voorgoed.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Feestplannen

‘Een feest?’ vraagt Roel maar eens. Hoe wring ik me hier onderuit?
‘Natuurlijk. Zoiets heuglijks moet je vieren. Dat kan je niet onopgemerkt laten passeren,’ antwoorden zijn collega musici.
‘Nou zeg, ik ben geen twintig meer,’ zegt Roel.

Al staat zijn vierentwintigste hem levendig voor ogen. Toen hij zich met Anne verloofde. Ze spaarden voor servies en voor bestek van Sola. Op het feest draafden alle tantes en ooms op. Vol ornaat. Bij zijn ouders thuis was het, in de Bronckhorststraat, één hoog. Een feest tussen de schuifdeuren. Vader en ooms deden een sketchje. Dit keer komen ze niet, dood zijn ze. Of stokoud zoals mamma, denkt Roel. Mamma herkent Pien niet eens.
‘Feest kan altijd, Roel.’
Roel zucht maar eens inwendig.
‘Ik zal erover denken.’
‘En Pien dan? Heeft die dan geen inspraak?’
‘We zullen het overwegen.’

Thuis struikelt hij zowat over de tassen in zijn gang. De inhoud van de ene moet naar Marktplaats. Die van een andere naar het grofvuil. Morgen maar, vanavond even niet. En naar de kringloop kan ook best wachten.
Pien belt. Laat.
‘Ik heb het op het koor verteld,’ zegt ze door de telefoon.
‘Wat?’
‘Dat we verloofd zijn natuurlijk.’
Verloofd, het klinkt als muziek. Ondanks de poespas. Pien blijft bij me, zelfs tot ze met rollator loopt. Daar gaat het om.

‘Het hele koor riep om een feest,’ zegt Pien.
Shit. Zij ook al.
‘Wat heb je ze gezegd?’
‘Dat ik erover na zal denken. We. Dat we erover nadenken.’
Roel glimlacht naar zijn telefoon.
‘Welterusten, lief. Ik ga gezellig van je dromen.’

De volgende dag leegt hij één tas. Een paar spullen neemt hij weer mee naar binnen. Op het moment dat hij de andere tassen in de gangkast zet, speelt zijn geweten op: maak nou toch ruimte voor Piens spullen man, schiet op, ga door. Met tegenzin grijpt hij een boekje uit zijn kast, met tekeningen van Van Straaten. Er dwarrelt een papiertje uit. Twee regels: Als ik knor, dan knor jij terug. Wat gaan vijf jaren toch weer vlug.’ Ondertekend: Je Anne. Een cadeautje voor een huwelijksverjaardag, meent Roel zich te herinneren. Ze had gelijk. Ze knorden in die tijd aardig wat af. Zachtjes uitgedrukt. Bekvechten was het. In de eerste jaren van hun huwelijk. Daarna ook. Zo gladjes ging ons huwelijk niet, denkt hij. Roel slikt maar eens en nog eens. Lurkt water uit de keukenkraan. Dat brok moet uit zijn keel.
Zou dat met Pien ook zo gaan? Nu zijn we het haast altijd eens.

‘Heb jij nog over dat feest nagedacht?’ vraagt hij bij hun avondtelefoontje.
‘Ik voel er wel voor,’ zegt Pien.
‘O, echt? Wanneer dan, denk je?’
‘Als ik bij je intrek.’
Als? Raak ik haar kwijt? Ze zal toch alsjeblieft ‘wanneer’ bedoelen of ‘zodra.’ Zodra ik bij je intrek. Wanneer is dat dan: over een maand? Twee maanden? Zijn mond wordt droog, hij slikt. Heb ik maar af te wachten?
‘Of trek ik bij jou in?’ vraagt hij.


REACTIES VAN HARTE WELKOM (hieronder of op Facebook)

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Appeltje, eitje

Red me, bidt Roel. Straks is mijn huis leeg. Dwars door de enge beelden in zijn hoofd dringt een wijsje tot hem door. Het melodietje van de telefoon. Pien, godlof.
‘Wat klink je slaperig.’
Met moeite worstelt Roel zich uit zijn nachtmerrie. Avondmerrie eigenlijk.

‘Ik moet ingedommeld zijn,’ zegt hij.
‘Was je zo moe?’ vraagt Pien. ‘Hoe was het bij Menno en de boys?’ O ja, de repetitie.
‘Het spelen ging wel goed,’ antwoordt Roel. ‘Marcel, die nieuwe, had weer eens een Rus gelezen. Geen goed woord voor het huwelijk, vertelde hij.’
‘Wat dacht je? Waar ben ik aan begonnen?’
‘Natuurlijk niet.’ Roel kent het huwelijk toch. Wat hij niet zegt. Pien wil niet vergeleken worden met zijn overleden Anne. ‘Russische adel werd toen uitgehuwelijkt,’ legt hij uit. ‘Die had maar af te wachten of het wat zou worden.’
‘Wij niet dan?’ vraagt Pien.
‘Tussen ons wordt het geweldig. Denk je niet?’
‘Zeker. Bovendien zijn we enkel maar verloofd.’ Appeltje eitje. Veel simpeler dan trouwen.
‘Ga je straks nog wat doen?’
‘Oefenen voor het koor morgen,’ antwoordt Pien. ‘Jammer dat dat orkest niet meedoet waar jij toen in speelde. Dan zag ik je nog even.’
‘Ja,’ zegt Roel. ‘Jammer.’ Meteen krijgt hij vreselijke zin om planken en kasten leeg te ruimen. Om ruimte in zijn huis te maken zodat Pien erin kan. Wat een lul-de-behanger ben ik toch. Altijd maar uitstellen.
‘Morgen vroeg op,’ zegt hij. ‘Voor de muziekschool.’
‘Slaapze dan maar.’
‘Kus.’

Om kwart voor zeven staat Roel naast zijn bed. Hij doucht en scheert zich. Met welgevallen kijkt hij naar drie tassen in zijn gang. Vol met spullen. Op een ervan staat Marktplaats, op nummer twee ‘weg’ en op de derde: Kringloop. Dat heeft hij gisterenavond toch maar mooi gefikst.
Om kwart voor negen opent hij zijn leslokaal. Hij knipt de lichten aan, pakt zijn cello uit, klapt zijn muziekstandaard open en zoekt in een kast naar partituren. Als alles klaar staat haalt hij op de gang snel koffie uit een automaat.
Op lunchtijd schuift hij in een lokaal aan tafel bij collega’s die daar hun brood opeten. Ze praten over optredens, de feestdagen, het koufront van het komend weekend. En mijn eigen nieuwtje dan? Roel wil het wel graag kwijt, maar heeft geen zin om hen te overvallen. Een collega vraagt:
‘Hoe is het met de liefde, Roel?’
‘Moet ik dat in het openbaar vertellen?’
‘Ik vraag het zomaar hoor.’
‘Ga je wat doen met Sinterklaas?’ vraagt een percussielerares.
‘Misschien geef ik Pien een ring. Van marsepein,’ zegt Roel. Waar haal ik het vandaan?
‘Zo, zo. Grote plannen,’ zegt ze. ‘Dat zal Pien leuk vinden.’
‘We hebben ons verloofd,’ zegt Roel. Nu moet de hele wereld het maar weten, vrijblijvendheid behoort tot zijn verleden. Dit is stap één. De simpelste.

‘Ha, feest!’ roepen er een paar.
‘Ja, Roel, wanneer geef je je feest?’
Roel schrikt. Wat een poespas, niets voor mij. Wie zei er dat verloven simpel was?

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Strijk en zet

Dat van die dozen en de opslag vraag ik straks, denkt Roel. Aan Menno of aan Giel. Of aan die nieuwe. Hoe heet hij ook alweer? Marcel. Voor de repetitie van zijn strijkje rijdt Roel met tram lijn 2 naar Menno’s flat in Slotervaart. Cellokoffer in de arm.

Kort na zijn komst beginnen ze hun oefening van een kwartet. Roel leidt zijn strijkstok behoedzaam over de g-snaar, d-snaar, a. Menno gebiedt:
‘Stop. Giel, zet jij een achtste tel later in?’
Zes maten later is Menno zelf voorbarig.
‘Vier tellen vooraf maar weer. Tweede systeem.’
Vele malen beginnen ze opnieuw. Dan hebben ze het allegro wel zo’n beetje gladgestreken. Het is hoog tijd voor pils met nootjes.

Marcel vertelt dat hij de huwelijksverhalen van Tjechov leest.
‘Moet je ook lezen,’ zegt hij gnuivend. ‘Die man laat geen spat van het huwelijk heel.’ Misschien, denkt Roel, bakten die oude Russen er niets van. Kan zijn. Voor mijn aanstaande huwelijk geldt dat niet. Nou ja, aanstaande. Op den duur dan.
‘Pien en ik hebben ons verloofd,’ zegt hij plompverloren.
‘Wat een nieuws, man!’
‘Dat zeg je nu pas?’
Roel ontvangt een omhelzing, een hand, een schouderklop.
‘Pien komt bij me wonen,’ zegt hij.
Weer hoera. En ook nieuwsgierigheid.
‘Nu we het er toch over hebben. Weet iemand misschien een adres voor dozen?’ vraagt Roel. ‘Waarin ik mijn boel kan opslaan.’

Het is alsof hij een bom in de groep gooit.
‘Weg met die spullen. Afstand doen,’ zegt Marcel.
‘Hoezo opslag?’ vraagt Menno. ‘Jij wilt van twee walletjes eten.’
Betweter. Nou ja, denkt Roel, ik ken hem langer dan vandaag.
‘Van alles waar je er twee van hebt, doe je er één weg,’ zegt Menno ‘Twee platen, één weg. Twee boeken, één weg. Pannen, foto’s idem dito.
‘Waarom zou ik?’ sputtert Roel.
‘Omdat je straks gestrekt de deur uit wordt gedragen, net als ik en de rest hier. Wie ruimt het dan voor je op?’ vraagt Menno. ‘Je kinderen soms?’
Roel schraapt zijn keel maar eens.

‘Je bent roofzuchtig, zou Tjechov zeggen. Je ontfutselt aan je bestaan meer dan het kan geven,’ zegt Marcel.
‘Zo, zo,’ zegt Roel. ‘Zegt ie dat allemaal?’ Giel laat van zich horen:
‘Ik zou ook niet graag afstand doen van mijn spullen. Zo gemakkelijk is dat niet. Allemaal herinneringen aan oude tijden.’
‘Zo is het maar net,’ zegt Roel.

Stilte. Menno verbreekt hem. Een kringloopwinkel, is dat wat? Zo heeft een ander nog wat aan je huisraad. Marcel valt in met Marktplaats. Dan praten ze over e-books, uploaden, opslag in de Cloud, Spotify en streaming. Als moderne mannen.

Uitgeput valt Roel thuis op zijn bank in slaap. In zijn droom stopt voor zijn deur een vrachtwagen. Kringloop staat erop. Een ijzingwekkend schouwspel speelt zich in Roels innerlijke blikveld af. Forse mannen sjouwen zijn dressoir, platen, kleding, bad en bed zijn deur uit. Die stapelen ze in hun wagen. Verstard kijkt Roel hen na.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Vreselijk oud

Mamma zal het enig vinden, heeft Roel gezegd. Of niet, bedacht hij zich, eigenlijk kent hij zijn moeder soms niet meer. De laatste keer dat Pien hem naar zijn moeder vergezelde, is al even geleden. Vaak zal het er niet meer van komen, vreest hij.
Pien wil zijn moeder graag weer zien. Roel vindt dat vreselijk lief en ook dat Pien bedenkt om bloemen mee te nemen.

Ze lopen de conversatiezaal binnen van Torendael, zijn moeders tehuis. Vroeger babbelde zijn moeder daar mee met zes andere oude dametjes. Een jaar geleden nog waren die gewend de beste plaatsen op te eisen. Als een vestingwal drapeerden ze rollators en rolstoelen om zich heen. Geen medebewoner kwam erdoor. Inmiddels laten de bessen hun moede kinnetjes hangen op hun ingekrompen borst.

Wanneer Roel op zijn moeder toeloopt en haar een kus geeft op haar vlekkerige wang, kijkt ze naar hem omhoog.
‘Roel,’ zegt ze alsof haar prins zojuist komt aangereden op zijn witte paard. ‘Wat een verrassing!’ Ze kent haar standaardzinnen nog.
‘Kijk mam, ik heb Pien meegenomen,’ zegt hij.
‘Dag mevrouw,’ zegt Roels moeder.
‘Pien, mam.’ Ken je haar nog, laat hij maar achterwege. Het zal wel niet. ‘Mijn verloofde,’ zegt hij er ferm achteraan.
‘Anne?’ vraagt zijn moeder aarzelend.
‘Nee, mam, Anne is al tien jaar dood.’

Gedrieën schuifelen ze naar haar kamer. Pien pakt een vaas uit het aanrechtkastje, zet de chrysanten die ze hebben meegebracht erin en houdt ze in Roels moeders blikveld.
‘Wat een mooie herfstkleur, hè,’ zegt ze.
‘Heel mooi, mevrouw. Waar heb ik het aan te danken?’ Ook die frase beheerst zijn moeder nog.
‘Zeg maar Pien hoor,’ nodigt ze. Een en al geduld.
‘Mam, Pien en ik zijn nu verloofd,’ zegt Roel. Laat daar geen misverstand over bestaan.
‘Wat leuk, jongen.’ Zijn moeder kijkt hem vorsend aan. Mompelt ze nou ‘Anne’?

Roel stelt een wandelingetje voor. Hij wijst op afgevallen bladeren, Pien spreekt van ‘herfst.’ Zijn moeder: heel mooi. Wanneer ze de Zuidelijke Wandelweg achter haar huis oversteken, wordt zijn moeder moe. Ze duwt haar karretje steeds trager voort.
‘We moeten terug,’ zegt Pien.
‘Denk je? Nu al?’ Gelukkig heeft Pien daar oog voor, denkt Roel. Hij overschat zijn moeder steeds. Haar achteruitgang valt amper bij te benen.

Als ze gedrieën in de lift staan naar zijn moeders kamer, laat ze windjes.
‘Oeps,’ zegt ze vriendelijk.
Ze zetten zijn moeder in haar luie stoel.
Roel kust gedag, Pien geeft een hand ten afscheid.
‘Dag mevrouw,’ zegt zijn moeder.
‘Pien, mam.’ Roel weet niet of zijn moeder hem nog hoort, haar ogen vallen dicht. In de deuropening zwaait hij. Geen reactie.

‘Ik hoop nooit zo oud te worden,’ zegt Roel op de gang.
‘Ook niet als ik dan met je meeloop achter mijn rollator?’
Zo ver vooruit heeft Pien hem nog niet eerder in haar toekomst toegelaten. Stevig grijpt Roel haar hand vast.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties