Geen twintig meer

‘Lief,’ vraagt hij ongerust. ‘Je wil toch echt wel bij me wonen?’
‘Natuurlijk wil ik dat’ zegt Pien. Roel sputtert.
‘Het lijkt alsof je twijfelt. Omdat, je zei het zelf, dat je bij mij geen eigen kamer hebt en zo.’
‘Dat is wel waar,’ zegt ze. ‘Maar ik woon ook graag bij je.’ Het gaat haar om een eigen plek. A Room of one’s own. Virginia Woolf heeft het al gepropageerd of waren het Betje Wolf en Aagje Deken? In elk geval kunnen ze dan gemakkelijker een stukje van hun eigen leven blijven leiden.
‘We hoeven toch niet compleet in elkaar op te gaan? We zijn geen twintig meer. Wat hebben we op onze leeftijd al niet opgebouwd? En al die spullen die nu in mijn huis staan. Gaan we die allemaal wegdoen? Nee toch? Dat wil jij toch ook niet?’ vraagt Pien.

Ze komt gezellig schrijlings op zijn schoot zitten, trekt zijn gezicht dicht naar het hare toe. Haar woorden lossen op in zijn warme gevoelens. Roels stemming slaat om. Dan kunnen ze het evengoed eens op zijn bank doen. Hun bank. Comfort is anders, maar hun lust kent nu geen uitstel meer.
Zo beklinkt Roel zijn zaken eens te meer met Pien. Ze blijven samenwonen en gaan trouwen. Punt uit. Dat van een eigen kamer lossen we wel op, denkt Roel. Haar eigen huis hoeft ze er niet voor aan te houden. Wat ziet ze er toch heerlijk uit. Haar krulletjes, pronte borst en billen, haar ellenlange benen. Hij geeft Pien nog een kus.

Die woensdag gaat Roel wandelen met Giel, zijn goede vriend. De IJ-oevers maar eens, daar valt veel nieuws te zien. Onderweg vertelt Giel over een nicht, een weduwe. Hooguit zestig, meent hij te weten. Na jaren had ze weer een nieuwe vriend. Een beetje als bij Roel. Die vriend zei zijn huis op, woonde zo’n tien jaar bij haar in. Ze waren niet getrouwd, er was niets wettelijk geregeld. Waarom zouden ze dat op hun leeftijd doen, hadden ze gedacht. Onverwacht was Giels nicht overleden. Jammer voor Giel. Voor die vriend een groot verlies. Tot overmaat van ramp erfden haar kinderen als enigen haar huis. En zetten ze hun moeders vriend eruit, zonder pardon.

Roel hoort het aan. Het vliegt hem naar de keel. Wat een vreselijk vooruitzicht. Hij ziet Pien voor zich met haar spulletjes op straat. Dat nooit, zijn hart zou postuum breken. Pien moet zijn huis erven, besluit hij ferm. Zijn beide zoons doppen zolang hun eigen boontjes maar.

Eenmaal thuis en met Pien in zijn keuken -hun keuken- kan Roel nog maar aan één ding denken. Alsof hij een vergadering voorzit, zegt hij:
‘Laten we doorgaan met waar we gebleven zijn. Een datum voor ons huwelijk.’
Pien fronst. Hij ziet het haar zo’n beetje denken: Waren we daar gebleven?
‘Een datum, ja.’ Spijkers met koppen nu. ‘Volgende maand? Of in april misschien?’ vraagt hij.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Contactpersoon

Slecht nieuws? Welnee. Tom wil hem enkel vragen contactpersoon te zijn voor Torendael. Tijdelijk. De verzorging van zijn moeders huis belt dan naar Roel. Want Tom gaat veertien dagen met vakantie.
Contactpersoon? Goeiegenade, Roel dacht al dat er iets met mama was gebeurd.
‘Alleen maar in geval van nood. Voor als ze ziek wordt,’ zegt Tom.
‘Ze is kerngezond,’ zegt Roel. ‘Alleen haar hoofd werkt niet meer mee.’
Loes, hun zus, zorgt voor moeders kleding en haar linnengoed.
‘Als ze daar iets van willen weten, verwijs je ze naar haar,’ zegt Tom.
‘Oké,’ zegt Roel. ‘Noem mij maar als contactpersoon.’
‘Als er iets ernstigs is, moet je me bellen,’ drukt Tom hem op het hart. ‘En: niet laten behandelen hè. Je kent mama’s verklaring.’
‘Ja goed.’
‘Mama wil het zo. Dat weet je toch hè Roel?’
‘Ja, ja.’ Houd nou maar op. Dat het in vredesnaam niet zover moge komen.

‘Iets ernstigs?’ vraagt Pien.
‘Nou nee,’ zegt Roel en doet verslag. ‘Toch krijg ik het benauwd. Stel dat er iets met haar gebeurt. Zeg ik dan: ho, stop, niet behandelen? Wie krijg ik achteraf over me heen? Tom, Loes, de kinderen? Met: hoor eens Roel, dit was niet de bedoeling.’
‘Hoe ging dat dan bij Anne?’ vraagt Pien.
Die was nu eenmaal ziek,’ zegt Roel. ‘De eerste kuur en de bestraling sloegen aan. Maar toen.’ Het is toch altijd even slikken. ‘Toen was het toch nog uitgezaaid. Toen wilde ze niets meer. Kwaliteit, zei ze. Daar gaat het om. Niet om de kwantiteit.’
Ze zwijgen, houden elkaar vast.
‘Je moeder kiest toch ook voor kwaliteit?’ zegt Pien even later.
‘Maar als ze nu opeens wat anders zegt?’
‘Waarom zou ze?’ Roel is er niet gerust op.

Hij drinkt een slokje water en gaat een beetje op zijn cello zitten strijken. Zijn gedachten vullen zich met losse eindjes van hun dag. De dozen die we uit Piens huis hebben gesjouwd, wanneer pakken we die uit? Morgen maar? Het eten, wat doen we daarmee? Laten we iets brengen? Waar liepen Pien en ik over te praten toen Tom belde? O ja, ons huwelijksfeest. Zodra Roel dat bedenkt, verschijnen nieuwe beren op zijn pad.

Pien mag dan ‘ja’ hebben gezegd tegen het samenwonen, maar hoe zit dat met de afgelopen week? Toen ze een paar keer uitweek naar haar eigen huis. Een keer toen hij zijn cellostukken zat te oefenen. Een andere keer wilde ze met een vriendin wat nummers instuderen voor haar koor. Dat gaat veel beter bij mij thuis, zei ze. Daar staat mijn keyboard nog. Daar kunnen we zo vals zingen als wat of uit de maat of tegen elkaar in, zei Pien. Ze zei ook iets over een eigen kamer, die ze bij hem niet heeft.
Het is nu eenmaal klein bij hem.
Moet ik misschien mijn huis maar aanhouden? vroeg ze. Al klonk het aarzelend.
Wil Pien nou echt wel bij me wonen?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Drie glaasjes

Waar die man toe in staat is? Dat klinkt ernstig. Heeft Piens ex haar mishandeld? Is ze bang voor hem? Roel niet. Roel lust hem rauw. Roel voelt zich haar beschermer.

Eerst maar een portje. En Pien ook.
‘Ik maak me liever uit de voeten,’ zegt Pien.
‘Heeft hij vroeger klappen uitgedeeld?’
Pien lijkt verbaasd.
‘Geen klappen. Dan was ik al meteen vertrokken. Nee, schelden deed hij. Dat ik een idioot was, rijp voor de psychiater. Dat soort gedoe. Dat meende hij dan niet, zei hij later. Maar intussen was het wel gezegd. Vrolijk werd ik er niet van.’
‘Beter maar weg wezen. Je hebt gelijk.’
Een volgend glas. Roels opwinding ebt weg. Het derde maakt hem prettig onverschillig. Loom hangen Pien en hij samen op de bank.

Woensdag alweer. Ze maken kennis met dieetcoach Els. Op de weegschaal. Een gesprek over vaste maaltijden, tussendoortjes, alcoholgebruik. Aan elke hap en drankje kent Els punten toe. In de nabije toekomst moeten ze die ernstig gaan beperken. Het duizelt Roel na afloop.
‘Van nu af maaltijdsla, rauwkost en vegaburger,’ bromt hij.
‘Dat heeft Els niet gezegd.’ Daar kijkt Roel toch van op. Voelt al waar Pien naartoe wil. Ze gaat hem eventjes de zonzij laten zien. Weg met zijn donkere wolken.
‘We kunnen alles blijven eten, weet je nog? Als het maar minder is per keer,’ zegt Pien. ‘Zo gek is dat toch niet?’
Roel kust de mond waar al die luchtigheid uit klinkt.

De drukke zaterdag. Zoals gewoonlijk ‘s ochtends bij Roels moeder op bezoek. In haar tehuis Torendael. Mama blijft Pien aanspreken met ‘mevrouw’. Pien een mevrouw? In haar kleurige maillot en korte rok? Roel legt maar niet meer uit dat hij met Pien gaat trouwen. Dat is mama na twee minuten alweer kwijt.
Zaterdagmiddag moeten er wat spullen heen en weer worden gesjouwd tussen Roels huis en dat van Pien. Een groter formaat pan dan die van Roel, Piens wollen wintertruien, Roels leunstoel. Die achteraf gezien best handig is.
Ze rijden in Roels auto naar de Pijp, naar Piens huis op drie hoog. De spullen die ze achteraf gezien niet kunnen gebruiken, zeulen ze de smalle trappen op. Kijken boven voor de zekerheid nog naar een vloerkleed voor Roels huis. Niets geschikts, Pien dacht het al. Ten slotte wringen ze de leunstoel en wat andere huisraad de trap af. Benauwde bochtjes om. Voorzichtig voor het stucwerk!

Een parkeerplaats vlak voor zijn deur, een vrije avond in het vooruitzicht.
‘Genoeg lichaamsbeweging voor vandaag,’ zegt Roel tevreden. Pien murmelt:
‘Alweer twee ons eraf.’ Koutend over hun toekomstig feest -wie nodigen ze uit, waar zullen ze het houden?- lopen ze zijn hal in. Net steekt Roel de sleutel in zijn deur of: zijn telefoon. Tom, zijn broer.
‘Ben jij toevallig nog naar mama toe geweest?’
Toevallig? Op zaterdag ga ik altijd, dat weet Tom toch? De schrik slaat Roel om het hart. Waarom vraagt Tom me dat? Daar zal je het hebben. Mama!

Geplaatst in familie, liefde, sportschool | Een reactie plaatsen

It takes two to tango

Die ex is onderdeel van Piens historie. Roel weet er weinig van. Niet van Piens ex, niet van haar eerste baan, haar vorige koor, haar oude huis. Ze zegt er soms iets over, als het zo uitkomt. Terloops. Maar dit is andere koek. Wat gebeurde er op de sportschool? Er was iets met die ex. Toch jammer dat Roel zo’n eind van Pien vandaan stond.

‘Wilde die man wat van je?’ vraagt Roel.
‘Hij was verrast me daar te zien. Omhelsde me,’ antwoordt Pien. In een fitnessruimte aan de Europaboulevard had ze hem allerminst verwacht. Hij zei dat hij haar miste. Vroeg of ze wel eens aan hem dacht. Natuurlijk. Tien jaar samen, daar denk je wel eens aan. Hij zei: We hebben goede jaren met elkaar gehad. Je bent nog net zo sexy als vroeger. Hij ging maar door. Alsof we een sprookjeshuwelijk hadden, zegt Pien, in plaats van kat en hond. Of we weer eens uitgingen, vroeg hij. Ze wilde hem niet voor het hoofd stoten. Vroeger werd hij wel eens agressief. Ze sloeg zijn aanbod toch maar af. Ik ben niet meer alleen, zei ze, ik ben verloofd.
‘Je had hem moeten horen, Roel.’ Meneer de ex werd nijdig. Volgens hem had zij gezegd dat ze nooit meer zou trouwen. Ze was er niet geschikt voor, zei hij. En dat hij dat aan haar verloofde zou vertellen. Dan wist die sukkel meteen waaraan hij begon, brieste hij. Zijn ogen spoten vuur. Het is toch wel een man? riep hij.
‘Ik heb hem maar gezegd dat je aan het werk was,’ zegt Pien. ‘Goddank stond je ergens achterin. Hij zag je niet.’ Ik beklaag die verloofde van je, zei hij. Toen draaide hij zich om en liep weg.

Dat laatste had Roel ook gezien, en dat Pien toen nog iets zei.
‘Ik wou hem zeggen: It takes two to tango. Het bleef bij: It takes. Stom,’ zegt ze. ‘Vroeger lokte hij altijd een weerwoord bij me uit. Dan heb je altijd ruzie.’
Piens mondhoeken hangen triest omlaag. Mijn hemel. Roel neemt haar in zijn armen.
‘Liefje nou. Dat die man na zoveel jaar…’
Ze leunt tegen Roel aan, neust in zijn hals.

Een glaasje port zou de bitterheid verzoeten. Een calorieënbom, dat wel.
‘Thee?’ vraagt hij toch maar, zonder puf. Wie wil er thee in dit soort situaties?
‘Nog iets anders in de aanbieding?’ vraagt ze.
‘Een portje?’
Dat wordt het dan. Terwijl Roel glazen en de fles pakt, inschenkt, borrelt in hem op:

Wat denkt die vent wel? Eerst poeslief tegen Pien en dan beledigen? Zo iemand wil mij de les gaan lezen? Ik zou mijn Pien niet kennen?
Alsof een draak zich roert.
‘Als je je ex hier ergens in de buurt ziet, waarschuw me meteen. Ik kan die vent wel aan,’ zegt Roel gedecideerd.
‘Hou jij je nou gedeisd,’ zegt Pien. Ze klinkt er niet gerust op. ‘Je weet maar nooit waartoe die man in staat is.’

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Fit zonder exen

Pien hoeft nog even niet naar huis, zegt ze. Dan gaan ze maar de andere fitheidsclub bekijken, een eindje verderop. Anytime Fitness. Hand in hand met zijn langbenige verloofde loopt Roel die richting op.

Een lange vent in sporttenue laat hen binnen. Je kan hier dag en nacht terecht, zegt hij. Daar kan Roel zich geen voorstelling van maken. In het holst van de nacht nog even wat gewichten heffen? Zou iemand zoiets doen, en ook nog voor zijn lol?
De apparaten zijn er zwart en grijs, het overige interieur is overwegend paars. Ze zien veel kortgeknipte witte koppies en ook wat kale knarren.
‘Onze leeftijd,’ sist Pien. Roel knikt tevreden, informeert maar eens naar service en abonnementen.
‘We doen hier veel personal coaching,’ zegt de sportman van zonet, een beetje hees. ‘Met een trainingsschema op uw eigen maat gesneden.’
‘O echt?’ vraagt Roel. Een kolfje naar zijn hand.
Hier wil hij heen. Geen internetverkeer of ex om ongelukkig van te worden. En ook nog eens vlakbij zijn huis. Roels keus staat vast.
‘Die tweede sportschool maar?’ vraagt hij wanneer ze op een laat uur thuis hun jack ophangen.
Wat Pien betreft: geen twijfel aan.

Een mailtje van hun toekomstige dieetcoach, Els. Dank voor je aanmelding. Ze stelt een afspraak voor op woensdag, overmorgen. De dag des oordeels. Om zes uur.

Dinsdag is Pien stilletjes. Roel vermoedt waarom. Het is die ex, met wie ze gisterenavond in de Basic Fit had staan praten. Roel zou dolgraag het fijne ervan weten. Maar ja. Hoe zal hij dat eens vragen? Aan het ontbijt en bij het avondeten kwam het er niet van. Het liefst zou hij terloops van een of ander onderwerp onmerkbaar overstappen naar die ex. Begon ze er uit zichzelf maar over.

‘Vind jij dat kleed nog kunnen?’ vraagt Pien na het journaal. Ze wijst op een karpet dat sinds jaar en dag al bij Roel in de zithoek ligt. En ja, als hij er nog eens goed naar kijkt. Een beetje met haar ogen, naar hij uit alle macht probeert. Alsof hij daar geen voetstappen heeft liggen van jaren her. Van zijn gezin, familie, van wijle zijn Anne. Van een of andere kerst, een ruzie, een verzoening. Nee, als hij dat alles even weglaat en het met frisse blik beschouwt. Tja, dan. Dan kan dat kleed niet meer. Het is zo sleets als wat. En helemaal verschoten.
‘We moeten maar iets nieuws,’ zegt Roel royaal. Nu ze toch bezig zijn. ‘Of heb jij in jouw huis misschien iets liggen dat hier past?’
En dan, zo waar, lijkt het of hij toch ongemerkt een brugje heeft geslagen. Althans, Pien zegt:

‘Ik zou je nog vertellen van mijn ex. Wat er gebeurde in die oefenruimte van de Basis Fit. Weet je dat nog?’
Nou, of hij dat nog weet.
Ze gaan er even goed voor zitten. Knus op zijn bank, haar voeten op zijn oude kleed.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bewegend behang

Kale boel. Zaterdag geen lekkers bij de koffie. En ook niet bij de thee. ‘s Avonds maaltijdsla met kip. Gelukkig vindt Roel Pien om op te vreten. En zij vindt hem een lekker stuk. Wat veel van zijn leed verzacht.
Op zondagavond maaltijdsalade met sardientjes. Roel denkt er een patatje bij. Hij fantaseert over een sappige paling, puree met volle melk en roomboter.

‘Wat doen we met de fitness, lief?’ vraagt Pien op maandagochtend.
‘Tja,’ zegt Roel maar eens. ‘Ehm.’ En dan:
‘We kunnen wel eens bij zo’n centrum kijken.’ Hij is weer helemaal bij de les.
Alleen al in de A.J. Ernststraat zijn er twee. Die op de hoek van de Europaboulevard en één voorbij het winkelcentrum. Na het eten maar.

Van een baliemedewerker van de Basic Fit mogen ze gratis even binnen kijken. Rijen oranje apparaten voor rennen, fietsen, heffen, duwen. Stampmuziek. En veel jonge mensen. Met mobiel in hun hand of naast zich op de grond. Oortjes in. Ze zien me niet eens, denkt Roel. Voor hen ben ik zoiets als lucht, bewegend behang. Hier word ik heel erg eenzaam.

Roel loopt de enorme ruimte door. Ziel onder de arm. Langs rijen apparaten met pedalen voor de ramen. Met uitzicht op een glimmend kunstwerk in een grasveld met bruin bladerdek. De voorkant van de sportzaal ligt aan de drukke boulevard. Platanen op de stoep en in de middenberm. Loopbanden bieden zicht op het verkeer. En op de halte van lijn 62. Roel kijkt eens achterom. Waar blijft Pien nou?

Hij ziet haar bij de ingang in de verte. Ze staat er met een man te praten. Sporttas in zijn hand, in jack en spijkerbroek. Alsof hij net de sportzaal binnenkomt. Of gaat hij net naar buiten? Te oordelen naar diens kale achterhoofd, is hij de enige andere van hun leeftijd hier. Geen wonder dat Pien meteen aanspraak heeft. Of zou ze hem soms kennen? In dat geval ziet zij het hier wel zitten. Straks wil ze hier voortaan gaan sporten. En heeft ze lak aan al die jonkies met hun eeuwig bellen en voortdurend typen. Voor wie je lucht bent, een oud lijk, een meubelstuk.
Zo van veraf te zien hebben die twee elkaar best veel te zeggen. Roel staat in dubio: zal ik erheen gaan? Maar dan ziet hij Pien verstarren. Ze staart de vent aan, schudt haar hoofd. Roel loopt hun richting op.

Intussen draait Piens gezelschap zich al van haar af. Zijn blik strak richting uitgang stapt hij opzij en loopt de draaideur door. Pien lijkt hem tevergeefs iets na te roepen. Verloren blijft ze in haar eentje staan.
‘Gaan we?’ vraagt Roel zodra hij naast haar staat. Met bonzend hart: ‘Wie was die man?’
‘Mijn ex,’ zegt Pien. ‘Die sport hier na zijn werk.’ Al woont hij helemaal niet hier. Meer wil ze er niet over kwijt. ‘Thuis,’ zegt ze. ‘Later.’

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Zondag rustdag

Nieuwjaarsdag beschouwt Roel als een zondag. Rustdag. Lichaamsbeweging en dieet? Die komen later wel. Dus maken Pien en hij de restjes op van gisteren, inclusief tiramisu. En ook is er gelukkig nog een staartje port. Het smaakt hen best.
Waardoor hun lijn weer hopeloos verslonst. Dan kunnen ze ook wel de chocola opsnoepen. Gisteren gekregen van hun gasten. Zoiets kan je toch niet laten staan.
Na het weekend, beloven ze elkaar, beginnen we voor het echie.

Onherroepelijk leidt ’s middags hun gesprek naar afvallen en een strak figuur.
‘We hebben genoeg fitnesscentra in de buurt,’ zegt Pien. ‘In het buurthuis kan het misschien ook.’ Ze heeft het over apparaten en trainingen in groepsverband. Pilates, zumba, spinning of essentrics. Hoe dat ellendige afpeigeren ook heet wat ze je laten doen.
Roel staat nog levendig een Amerikaan voor ogen die in het vliegtuig op twee stoelen zat. Twee naast elkaar, voor elke bil één. Roel gruwt van het idee dat hij zo uit zou dijen. Pien heeft gelijk. Maar moet dat per se via fitness en dieet?
‘Het klinkt zo ongezellig, Pien.’
‘Hè Roel,’ zegt ze. ‘Hè man, doe niet zo slachtofferig.’
Zo voelt hij zich nu eenmaal. Pispaaltje van de afslankindustrie. Kom op, ouwetje, spreekt hij zichzelf toe. Doorbijten. Pien moet een beetje trots op me blijven. Een beetje met me kunnen showen. Want anders…Daar denkt hij niet graag aan.

Op zijn computer vindt hij dieetclubs en afvallen met personal coach. Dat laatste spreekt hem aan. Zo iemand die je oppept, mocht je de moed verliezen.
‘Zullen we iets met een coach doen, Pien?’ Roel doet verslag.
Ze hebben nu de tijd er een te kiezen. Voorkeur voor leeftijd, man of vrouw, Buitenveldert, centrum misschien? Ze scrollen door het aanbod.
Ene Els lijkt hen wel wat. Vijftig, met praktijk in de Pijp. Ze kijken naar haar foto: niet overdreven slank, geen mannequin. Meer een figuur zoals ze zelf wel zouden willen.
‘Van thuis uit kunnen we er met de metro heen,’ zegt Pien. ‘Met de Noord-Zuidlijn, die gebruiken we dan ook een keertje.’
Thuis, zegt ze. Mijn huis, denkt Roel, nu is het van ons samen. Hij zoent Pien in haar hals.

Digitaal vullen ze een formulier in. En sturen dat met naam, geboortedatum, lengte en gewicht –zoef- de ether in naar de praktijk van Els.
Haar nieuwjaarsreces zal nog tot maandag duren. Daarna volgt onherroepelijk het eind van hun vertrouwde eet- en drinkpatroon. Het ongelimiteerd innemen.

‘Zullen we alvast meteen met minderen beginnen?’ vraagt Pien voorzichtig. ‘Anders maken we ons zo afhankelijk van dat mens. Die heeft dan alles over ons te zeggen.’
Op die manier heeft Roel het niet bekeken. Hij dacht meer: ik bel aan bij Els, hoor haar vonnis aan en doe vervolgens braaf wat ze van me verlangt.
Maar nu meteen? Bij voorbaat al? Nou ja, oké, aan Roel zal het niet liggen.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Alles nieuw

Het kerstdiner heeft goed gesmaakt. Het was gezellig samen met de jonge generatie. De 27ste alweer. Voor het ontbijt staan Roel en Pien in hun blootje samen voor de spiegel. Pien vat haar taille tussen duim en wijsvinger, tilt haar borsten op, knijpt in haar wangen.
‘Help, Roel hoe komen we aan al dat vet?’

Roel haalt zijn schouders maar eens op, beziet zijn hangbuik. Bespeurt vrouwelijke rondingen in zijn behaarde borst.
Als we zo doorgaan, is er geen houden aan, vreest Pien hardop. Ze moeten aan de lijn.
Moet dat echt? Niets lijkt Roel erger dan ‘nee’ te moeten zeggen tegen bitterballen, frietjes en appeltaart met slagroom. Of een vies dieet te moeten houden van enkel rauwkost en droog brood.
‘We moeten ermee zien te leven, Pientje,’ zegt hij hoopvol. ‘Je bent nu toch hartstikke mooi.’ En nog wat over anorexia, wat hij pas op tv gezien heeft. In zijn betoog mixt hij hun vorderende leeftijd, slinkende ruggengraat en slapper wordend vel. De feestdagen, niet te vergeten en nog wat verzachtende omstandigheden.

Maar Pien wil van geen wijken weten. Hart- en vaatziekten brengt ze in het geweer. Ze sleept er lichamelijke ongemakken bij, ouderdomskwalen, gebrek aan fut.‘Volgend jaar dan maar.’ Hij slaakt een moedeloze zucht.
Pien knikt ietwat aangeslagen. Al heeft ze hem ook lief zoals hij is, zegt ze.
En hij haar.

Oudejaarsdag slapen ze uit, ontbijten met de krant op bed, nemen samen een oudejaarsbad. En dan, help, is de ochtend al zowat voorbij. Als ze nog oliebollen willen halen, moeten ze opschieten. Champagne, chips en nootjes hebben ze genoeg in huis.
‘Ook maar wat van die Franse kaasjes?’ vraagt Roel. Hun gasten Giel en Rosa zijn daar dol op.

Op het Gelderlandplein is er nog eten in overvloed te koop. Ietwat ontheemd wandelt Roel met zijn verloofde door het winkelcentrum terug naar huis. Langs poppen met feestkleding in de etalages. Glitter, glim en glom. In de winkels loopt een enkele klant. Die schijnt zelfs nog op dit moment een glans pak of satijnen jurk te willen kopen. Wat mensen dragen die met oudejaarsavond op tv te zien zijn. In een gezelschap opgewonden standjes, die – glas in de hand- secondes brullen tot de klok twaalf uur slaat. Alsof er dan iets geweldigs gaat gebeuren. Iets wat ze innig wensen.
‘Alsof om middernacht alles goed zal komen,’ gniffelt Roel voor een etalage.
Pien noemt dat de magie van oudejaarsnacht.
Daar vindt Roel zich langzamerhand te oud voor.

Drie uur. Thuis halen ze servies, glaswerk en tafelkleed tevoorschijn. Kaarsen, feestservetjes. Ze stofzuigen nog even.
Straks lekker oliebollen. En vette hapjes. Vanavond eten ze gezellig met hun gasten mee.
‘Dat nieuwe jaar is morgen pas,’ zegt Roel. Heel even flitst er in zijn hart hoop op magie, van oudejaarsnacht. Dat om twaalf uur hij als bij toverslag zes kilo lichter is.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vrolijk kerstfeest

Het is een uitgemaakte zaak. Op tweede kerstdag dineren ze bij Tom, Roels broer. Eind november heeft hij dat al gevraagd. Dezelfde datum ongeveer dat muziekvriend Marcel over de Veluwe vertelde. Met kerst gaan zijn vrouw en hij daar naar een bijzonder leuk hotel. Zowat elk jaar. Een kerstarrangement, niet eens erg duur scheen het. Reuze romantisch ook. Hotels in overvloed, zei Marcel.

Maar Pien voelt er niets voor.
‘Romantisch? Daar ben ik wel eens ingetuind,’ zegt ze. Vroeger. Toen had ze met haar ex ook een arrangement geboekt. Ook op de Veluwe. Het miezerde drie dagen lang. In hun hotelkamer was het kil geweest en grauw. Kale wanden, zeil op de vloer, aparte bedden. Die ze eigenhandig tegen elkaar aan schoven. Haar ex was er somber van geworden. De omgeving daar was uitgestorven. Geen blaadje aan de bomen in het bos en heel vroeg donker. Hun kerstontbijt stelde bar weinig voor. In de binnenstad van Arnhem was er op kerstochtend -tot overmaat van ramp- geen kip op straat.

Toen ze langs een kerk kuierden, sprongen er jongeren tevoorschijn. ‘Zalig kerstfeest!’ Welwillende types die daklozen en zwervers opvingen. En eenzamen. Niet dat die er veel waren. Dus waren Pien en ex maar bij hun doelgroep ingelijfd.
In een met kersttakken opgetuigd zaaltje werden ze onthaald op futloze koffie en kerstkransjes van inferieure kwaliteit. Kort na een praatje met de jongelui was Pien snel opgestapt. Alleen stuitten ze zo’n honderd meter verderop alweer op een Kerst-in. Ook al met fris gewassen jongelui: Zalig kerstfeest. Pien was stug doorgelopen.

Kerst op de Veluwe?
‘Hè jakkes.’ Daar maakt Roel haar niet erg blij mee. ‘Ik ga veel liever naar je broer,’ zegt Pien. Als het maar in huiselijke kring is. En daarna lekker knus in eigen bed.
‘Bij Tom is het best leuk,’ zegt Roel. ‘Mijn zus komt ook. Mijn neven zijn er en mijn nichtjes.’ Die van de nieuwe generatie die hem bij de tijd houdt.

Tweede kerstdag. Roel steekt zich in zijn beste kloffie. Naast hem hijst Pien zich in haar feestjurk. Van vorig jaar.
‘Oeps,’ zegt ze. ‘Roel. Ik krijg hem niet meer dicht.’
Roel kijkt met welgevallen naar Piens jurk. Haar welvingen steken er gunstig uit.
‘Hij staat je prachtig, lief!’ zegt hij uit volle overtuiging.
‘Help eens,’ zegt ze ietwat benauwd. ‘Ik houd mijn buik in. Trek jij mijn rits omhoog.’
Het is een heel gedoe. Maar dankzij Piens instructies lukt het.
‘Goeie genade,’ giechelt ze. ‘En dan moet het kerstdiner nog komen.’
Ook Roels gilet spant krapjes om zijn buik. Het zwarte fluweel van zijn feestbroek zit al even strak.
‘O Roel, we dijen uit,’ roept Pien.
‘Het zal de leeftijd zijn.’
‘Onzin, we snoepen veel te veel. En al die biertjes, wijntjes en een portje voor het slapen gaan. Die werken ook niet mee.’
‘Nou ja.’ Dat is van later zorg.
Eerst gaan ze samen maar eens onbekommerd van het kerstdiner genieten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De grote oversteek

Vandaag de grote oversteek. Volgens Piens ingenieuze plan. Stap één? Roel rijdt met haar naar de Gamma. Veel dozen hebben ze niet nodig, zegt Pien. Stap twee:
‘Je pakt wat in, rijdt naar het andere huis en pakt het daar weer uit.’
Niet denken, doen. Pien overziet de logistiek. Aan haar heeft Roel houvast. De dozen ruiken naar nieuw karton. Thuis vult hij ze met halve meters boeken.

Met zijn bestofte spullen in haar handen vraagt Pien:
‘Werkt die Corine van jou wel schoon?’
Zijn Corine. Een mollige moeke van zijn eigen leeftijd, die eens per veertien dagen bij Roel poetst. Ze is de jongste niet. Niet meer. Dat ze wel eens -steeds vaker- een plank een kast of laden overslaat, daar kijkt Roel maar niet naar. Of dat Corine zegt: vandaag kom ik daar niet aan toe. Dat komt een volgende keer. En dat het ook dan niet gebeurt, negeert hij liever.
‘Moet je niet eens een nieuwe werkster nemen?’ vraagt Pien.
‘Een nieuwe Corine?’ Roel heeft het wel eens overwogen. Maar ja, na vijfentwintig jaar?
Pien haalt haar schouders op. Die heeft niets met Corine. Roel wel. Toen Roel weduwnaar werd was ze er al. Roel kent Corines verhalen. Over haar zoon, haar zieke kleinkind, de verkeerde mannen die Corine steevast trof.
‘Nou ja,’ zegt Pien. ‘Als jij haar zo graag wilt.’ Wil ik dat echt, vraagt Roel zich stiekem af. Of zou misschien bij deze nieuwe start een jonge schoonmaakblom toch beter zijn?

Inpakken dus. Één stuks gaat mee, één exemplaar blijft thuis. Een tip van muziekvriend Menno. Wat een bemoeial, dacht Roel eerst. Nu is het toch wel handig. Al blijft van Eric Clapton alles thuis bij Roel. Dan kan hij af en toe met Pien een dansje maken. Veel andere cd’s, die hij maar weinig draait, mogen in Piens huis logeren.

Pien zweert bij Spotify. Noemt al die schijfjes ‘ballast’ die Roel verzameld heeft.
‘Maar ja,’ zegt ze berustend. ‘Als jij daaraan gehecht bent, houden we ze lekker.’ Zodat Roel zich stiekem afvraagt: Zou die muziekservice van Pien toch iets voor mij zijn?
De volle dozen sjouwen ze de trap af, Roels auto in. Ze rijden naar Piens flat. Pien maakt er ruimte voor Roels eigendommen. Voornamelijk wat op den duur weg kan. Maar nu nog even niet.

Pien pakt haar huisraad in de lege dozen die verkassen naar Roels huis. ‘s Avonds leunen haar boeken tegen die van hem, staan haar pannen gestapeld in de zijne, liggen haar handdoeken tussen die van hem gevouwen. En hangt Pien voor pampus tegen hem aan op zijn bank.
‘Ik ben kapot,’ zegt ze.
‘Je blijft gewoon hier slapen,’ zegt Roel en kust Pien in haar nek. ‘Je spullen zijn hier toch. Je woont in feite hier.’ Pien gaapt en zoent hem op de mond.
Net liggen ze in bed of Pien valt al in slaap. Jammer, Roel had het graag nog met haar willen vieren.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen